Rb. Den Haag | zp Amsterdam | 04-11-2025 | ECLI:NL:RBDHA:2025:22356 | NL25.51907 | Vreemdelingenrecht — art. 6 lid 3 Vw 2000 (Dublin) | Gegrond (onrechtmatig vanaf 23-10-2025)
Feiten en Procesverloop
Op 16 oktober 2025 werd eiser op Schiphol in grensdetentie gesteld in het kader van een Dublin-procedure. Op 23 oktober 2025 deelde zijn gemachtigde mee dat een vriend hem onderdak en financiële ondersteuning kon bieden (adres, verklaring, ID-kopie). De minister verzuimde dit te onderzoeken. Op 4 november 2025 deed de rechtbank mondeling uitspraak.
Overwegingen Rechtbank
- Onderzoeksplicht lichter middel: op 23 oktober 2025 beschikte de minister over concrete informatie over beschikbaar alternatief. ECLI:NL:RVS:2014:2996 — ratio: art. 28 Dublinverordening verplicht tot gebruik minst ingrijpend middel; concrete informatie vereist actief onderzoek.
- Onrechtmatigheid vanaf 23 oktober 2025.
- ECLI:NL:RVS:2020:829 — ratio: aanwezigheid onttrekkingsgronden ontslaat minister niet van onderzoeksplicht lichter middel.
Conclusie en Gevolgen
- Uitspraak: beroep gegrond; opheffing bewaring per 4 november 2025 bevolen.
- Gevolgen: onmiddellijke invrijheidstelling.
- Schadevergoeding: EUR 1.300 (13 dagen x EUR 100).
- PKV: EUR 1.814.
- Rechtsmiddel: hoger beroep ABRvS binnen één week.
Noten
- ECLI:NL:RVS:2014:2996 — onderzoeksplicht lichter middel bij concrete nieuwe informatie
- ECLI:NL:RVS:2020:829 — gronden onttrekkingsrisico ontslaan niet van onderzoeksplicht
- Art. 28 Verordening (EU) 604/2013 — bewaring ultimum remedium in Dublin-procedure
- Art. 106 Vw 2000 — schadevergoeding onrechtmatige vrijheidsontneming