In bewaring terwijl IND afweet van gevangenisstraf: onrechtmatig zegt Roermond

Rb. Den Haag | zp Roermond | 17-11-2025 | ECLI:NL:RBDHA:2025:21579 | zie uitspraak p. 1 | Vreemdelingenrecht — art. 59b lid 1 aanhef en onder b Vw 2000 | Gegrond (onrechtmatig van aanvang)

Feiten en Procesverloop

Een Poolse onderdaan (geboren 1984) werd op 22 oktober 2025 overgedragen vanuit de strafrechtelijke keten. Op 23 oktober 2025 verkreeg de minister een uittreksel uit de justitiële documentatie waaruit bleek dat eiser nog 18 dagen niet-geëxecuteerde hechtenis had openstaan. De minister vroeg het OM toestemming voor verwijdering naar Polen maar benaderde het CJIB niet. Op 28 oktober 2025 vond een vertrekgesprek plaats. Op 30 oktober 2025 gaf eiser aan een asielaanvraag te willen indienen; de vorige maatregel werd op 1 november 2025 opgeheven en op dezelfde dag werd een nieuwe maatregel opgelegd op de asielgrond (art. 59b). Op 5 november 2025 ontving het DTC meerdere brieven van het CJIB met executieverzoeken. Gedurende de gehele tenuitvoerlegging van de asielbewaringsmaatregel werden geen activiteiten verricht ter uitvoering van de asielprocedure. Op 10 november 2025 werd de maatregel opgeheven in verband met de voorrang voor de strafrechtelijke tenuitvoerlegging.

Overwegingen Rechtbank

  • CJIB niet benaderd: de minister beschikte vanaf 23 oktober 2025 over een uittreksel waaruit niet-geëxecuteerde hechtenis bleek, maar liet na het CJIB te raadplegen. Als de minister voldoende voortvarend had gehandeld, had hij dit eerder geweten en had de asielbewaringsmaatregel kunnen worden voorkomen.
  • Doel maatregel niet gediend: gedurende de gehele looptijd (1–10 november 2025) hebben geen activiteiten plaatsgevonden die verband houden met het doel van de asielbewaring. De maatregel heeft zijn doel nooit kunnen dienen.
  • Onrechtmatigheid van aanvang: de maatregel was van meet af aan onrechtmatig. Omdat aan de vrijheidsontneming op het moment van uitspraak een strafrechtelijke titel ten grondslag lag, kon de rechtbank eiser niet in vrijheid stellen maar kent zij wel schadevergoeding toe voor de gehele periode.

Conclusie en Gevolgen

  • Uitspraak: beroep gegrond; maatregel onrechtmatig van aanvang af.
  • Gevolgen: geen invrijheidstelling (vrijheidsontneming berust op strafrechtelijke titel).
  • Schadevergoeding: EUR 1.000 (9 dagen).
  • PKV: EUR 1.814.
  • Rechtsmiddel: hoger beroep bij ABRvS binnen één week.

Noten

Ontdek meer van Jurisprudentie vreemdelingenbewaring

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder