Rb. Den Haag | zp Roermond | 13-11-2025 | ECLI:NL:RBDHA:2025:21345 | zie uitspraak p. 1 | Vreemdelingenrecht — art. 59 lid 1 aanhef en onder a Vw 2000 | Gegrond (onrechtmatig van aanvang)
Feiten en Procesverloop
Een Poolse onderdaan (geboren 1990) werd op 2 november 2025 in bewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, Vw 2000. Op 4 november 2025 bleek uit ontvangen strafrechtelijke informatie dat eiser een openstaand strafvonnis van 21 dagen gevangenisstraf had (Gerechtshof Den Haag, 24 juli 2025). De bewaring werd op 5 november 2025 opgeheven in verband met de tenuitvoerlegging van dat vonnis. Na opheffing verbleef eiser echter in DTC Rotterdam — zonder juridische titel — in plaats van onmiddellijk te worden overgeplaatst naar PI Ter Apel voor het uitzitten van de straf. Op 6 november 2025 vond een vertrekgesprek plaats. De zitting vond plaats op 11 november 2025.
Overwegingen Rechtbank
- Niet raadplegen justitiële documentatie: de minister vroeg vóór oplegging wel toestemming aan het OM voor verwijdering maar verzuimde het CJIB te benaderen over openstaande straffen. De rechtbank is ermee bekend dat de Afdeling in ECLI:NL:RVS:2023:4219 en ECLI:NL:RVS:2024:3229 oordeelde dat er geen verplichting bestaat vooraf het uittreksel justitiële documentatie op te vragen. De rechtbank wijkt hiervan bewust af — ratio: wanneer strafrechtelijke informatie beschikbaar is of eenvoudig opvraagbaar, dient de minister die te raadplegen vóórdat een bewaringsmaatregel wordt opgelegd ten aanzien van een EU-burger met een bekende strafrechtelijke achtergrond.
- Voortduring na opheffing zonder titel: na opheffing van de vreemdelingrechtelijke maatregel dient onverwijld een aanvang te worden gemaakt met de tenuitvoerlegging van de openstaande straf. Eiser bleef in DTC Rotterdam terwijl hij direct naar PI Ter Apel had moeten worden overgebracht; deze vrijheidsontneming vindt zonder enige juridische titel plaats.
- De tenuitvoerlegging van de maatregel is van aanvang af onrechtmatig.
Conclusie en Gevolgen
- Uitspraak: beroep gegrond; maatregel onrechtmatig van aanvang af.
- Gevolgen: aan de op het moment van uitspraak lopende strafrechtelijke detentie ligt geen bewaringsmaatregel ten grondslag; de rechtbank stelt niet in vrijheid maar kent schadevergoeding toe.
- Schadevergoeding: EUR 440.
- PKV: EUR 1.814.
- Rechtsmiddel: hoger beroep bij ABRvS binnen één week.
Noten
- ECLI:NL:RVS:2023:4219 — geen plicht tot raadplegen uittreksel justitiële documentatie vóór bewaring (Afdeling; rechtbank wijkt hiervan af)
- ECLI:NL:RVS:2024:3229 — bevestiging RVS:2023:4219 (Afdeling; rechtbank wijkt hiervan af)
- Art. 59 lid 1 aanhef en onder a Vw 2000 — bewaring ter voorbereiding uitzetting
- Art. 106 Vw 2000 — schadevergoeding onrechtmatige vrijheidsontneming