Rb. Den Haag | zp Utrecht | 12-11-2025 | ECLI:NL:RBDHA:2025:21325 | NL25.53908 (volgberoep; eerder NL25.45633) | Vreemdelingenrecht — art. 59 lid 1 aanhef en onder a Vw 2000 | Gegrond (onrechtmatig vanaf 27-10-2025)
Feiten en Procesverloop
Een Algerijns onderdaan werd op 16 september 2025 in bewaring gesteld ter voorbereiding van uitzetting naar Algerije. Bij uitspraak van 3 oktober 2025 (NL25.45633, dezelfde zittingsplaats) oordeelde de rechtbank dat de maatregel tot dat moment rechtmatig was. In dit volgberoep werd het voortduren aangevochten. De Directie Internationale Aangelegenheden (DIA) diende laissez-passer-aanvragen in bij de Algerijnse autoriteiten, maar kon de Algerijnse nationaliteit van eiser niet langs de weg van vingerafdrukken bevestigen. Op 27 oktober 2025 sloot de minister het lp-traject voor Algerije definitief af wegens de onbevestigde nationaliteit.
Overwegingen Rechtbank
- Concreet uitzicht op uitzetting: tot 27 oktober 2025 bestond nog enig perspectief; na de afsluiting van het lp-traject is er geen realistisch zicht op deportatie naar Algerije meer. ECLI:NL:RVS:2015:597 — ratio: bewaring mag niet worden voortgezet als er geen concreet en realistisch zicht is op verwijdering binnen redelijke termijn.
- Het voortduren van de bewaring na 27 oktober 2025 is daarmee onrechtmatig.
- Onvoldoende medewerking van eiser heft het ontbreken van vertrekzicht niet op.
Conclusie en Gevolgen
- Uitspraak: beroep gegrond; opheffing bewaring per 12 november 2025 bevolen.
- Gevolgen: onmiddellijke invrijheidstelling.
- Schadevergoeding: EUR 1.600 (16 dagen x EUR 100, periode 27 oktober–12 november 2025).
- PKV: EUR 907.
- Rechtsmiddel: geen hoger beroep mogelijk.
Noten
- ECLI:NL:RVS:2015:597 — bewaring niet langer rechtmatig bij ontbreken concreet en realistisch uitzicht op uitzetting binnen redelijke termijn
- Art. 59 lid 1 Vw 2000 — bewaring ter voorbereiding uitzetting
- Art. 96 lid 3 Vw 2000 — volgberoep voortduren bewaring
- Art. 106 Vw 2000 — schadevergoeding bij onrechtmatige vrijheidsontneming