Al jaar geeft Egypte geen gehoor: geen zicht uitzetting meer

Rb. Den Haag zp Groningen | 18-12-2025 | ECLI:NL:RBDHA:2025:24413 | NL25.59689 | Vreemdelingenrecht – Vervolgberoep bewaring | Gegrond; EUR 3.500 schadevergoeding

Feiten/Procesverloop

Eiser, van gestelde Egyptische nationaliteit, is op 20 juli 2025 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 lid 1 sub a Vw 2000. Een eerdere uitspraak (NL25.53803, 17 november 2025) oordeelde de bewaring rechtmatig tot 14 november 2025. Een laissez-passeraanvraag was ingediend op 11 oktober 2024; hierop was inmiddels twintig keer gerappelleerd zonder enig resultaat. Op de zitting van 5 september 2025 had de minister een onderzoek naar eisers identiteit door de liaison-officer in Egypte toegezegd; over de uitkomst is niets bekend. Eiser voerde tevens aan te vrezen voor vervolging bij terugkeer naar Egypte wegens zijn homoseksualiteit en het feit dat hij afvallig is; zijn asielaanvraag was aanhangig bij de meervoudige kamer van de rechtbank. De zaak werd schriftelijk afgedaan wegens het ontbreken van een beschikbare tolk.

Overwegingen

De rechtbank stelt voorop dat de bewijslast van de rechtmatigheid van de voortgezette bewaring op de minister rust. De minister moet uit eigen beweging blijven onderzoeken of zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn aanwezig is; ontbreekt dit zicht, is de bewaring reeds daarom onrechtmatig.

De rechtbank oordeelt dat zicht op uitzetting naar Egypte in eisers specifieke geval ontbreekt. De laissez-passeraanvraag is ruim een jaar geleden ingediend en twintig keer zonder resultaat gerappelleerd. Hoewel de minister voor een presentatie afhankelijk is van het initiatief van de Egyptische autoriteiten, ontslaat dit hem niet van de verplichting bijzondere stappen te ondernemen: hij heeft geen bijzondere aandacht voor eisers dossier bij de Egyptische autoriteiten gevraagd en heeft de toezegging tot inzet van de liaison-officer in Egypte niet gestand gedaan. Een termijn van meer dan een jaar zonder enig resultaat is onredelijk lang.

De non-refoulementbeoordeling — eiser vreest wegens homoseksualiteit en geloofsafval — laat de rechtbank onbesproken, nu het beroep reeds gegrond is op grond van het ontbreken van zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn, en de asielaanvraag nog hangt bij de meervoudige kamer.

Conclusie

Het beroep is gegrond. De bewaring is onrechtmatig vanaf 14 november 2025. De opheffing van de maatregel wordt bevolen. De Staat wordt veroordeeld tot EUR 3.500 schadevergoeding (35 dagen × EUR 100) en EUR 1.360,50 proceskosten.

Noten

1. Rb. Den Haag zp Groningen 12 september 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:16864

Ontdek meer van Jurisprudentie vreemdelingenbewaring

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder