Beroep alleen maar als klacht over mailadres is onzinnig

Rb. Den Haag zp ’s-Hertogenbosch | 18-12-2025 | ECLI:NL:RBDHA:2025:24297 | NL25.60199 | Vreemdelingenrecht – Bewaring; kennelijke onbevoegdheid | Onbevoegd

Feiten/Procesverloop

Eiser is op 11 september 2025 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 lid 1 sub a Vw 2000. Op 8 december 2025 stelde zijn gemachtigde beroep in tegen een gesteld verlengingsbesluit van 3 december 2025. In de gronden van het beroepschrift lichtte de gemachtigde toe dat het beroep in werkelijkheid was ingegeven door ongenoegen over het e-mailadres waarop de rechtbank notificaties had verstuurd in een gerelateerde zaak (NL25.59319). De gemachtigde stelde dat eerdere contacten hierover met de rechtbank niet tot het gewenste resultaat hadden geleid en dit beroep als alternatieve weg werd geprobeerd. De rechtbank sloot het onderzoek zonder zitting op grond van artikel 8:54 Awb.

Overwegingen

De minister bevestigde desgevraagd op 12 december 2025 dat geen verlengingsbesluit is genomen. Een verlengingsbesluit is pas aan de orde als de bewaring de zes-maandentermijn nadert; eiser zat op het moment van het beroep nog maar circa drie maanden in bewaring. Nu er geen verlengingsbesluit bestaat, is er geen besluit in de zin van artikel 8:1 Awb waartegen beroep openstaat. De rechtbank is kennelijk onbevoegd.

De rechtbank hecht er belang aan op te merken dat het beroepschrift niet beoogt de rechtmatigheid van enig besluit te toetsen, maar uitsluitend dient om aandacht te vragen voor een administratieve klacht over e-mailadressen. Dit is een oneigenlijke wijze van procederen die neigt naar misbruik van recht. Van een advocaat mag worden verwacht dat zij prudent omgaat met de rechtsmiddelen die haar cliënt ter beschikking staan. Bovendien was dezelfde gemachtigde eerder al uitdrukkelijk gewezen op het feit dat het instellen van beroep niet de geëigenede weg is voor dergelijke klachten. Een bijkomend schadelijk effect is de onnodige belasting van een al overbelaste rechtspraktijk.

Conclusie

De rechtbank verklaart zich kennelijk onbevoegd kennis te nemen van het beroep. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Ontdek meer van Jurisprudentie vreemdelingenbewaring

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder