Rb. Den Haag zp Haarlem | 09-12-2025 | ECLI:NL:RBDHA:2025:24136 | NL25.53439 | Vreemdelingenrecht – Bewaring art. 59a Vw Dublin | Gegrond; EUR 260 schadevergoeding
Feiten/Procesverloop
Eiser, Marokkaans onderdaan (geboren 1992), werd op 22 oktober 2025 in bewaring gesteld op grond van artikel 59a Vw 2000, ter voorbereiding van een Dublin-overdracht. Als aanknopingspunt voor Dublin hanteerde de minister twee terugkeerbesluiten — één van Slowakije en één van Zwitserland — die in het Schengeninformatiesysteem (SIS) waren geregistreerd. Een Eurodac-treffer ontbrak. Eiser zat twee dagen in de politiecel (EUR 130 per dag). Hij vorderde schadevergoeding, bewaring al opgeheven.
Overwegingen
De rechtbank stelt vast dat een terugkeerbesluit als bedoeld in artikel 6 van de Terugkeerrichtlijn (2008/115/EG) niet impliceert dat de betreffende lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielaanvraag. Een terugkeerbesluit wordt immers ook uitgevaardigd bij illegaal verblijf zonder dat de betrokkene ooit een asielaanvraag heeft ingediend. Zonder Eurodac-treffer of andere concrete aanwijzingen dat de betrokkene in Slowakije of Zwitserland een asielaanvraag heeft ingediend, bieden de terugkeerbesluiten onvoldoende grondslag voor bewaring op grond van artikel 59a Vw 2000. De minister had aanvullend Eurodac-onderzoek moeten verrichten.
Conclusie
Het beroep is gegrond. De bewaring is van aanvang af onrechtmatig. Eiser ontvangt een schadevergoeding van EUR 260 (2 dagen politiecel × EUR 130) en de minister wordt veroordeeld in de proceskosten van EUR 1.814.