Recent LP niet vermeld als reden hernieuwde bewaring: geen manipulatie, ongegrond

Rb. Den Haag zp Groningen | 11-12-2025 | ECLI:NL:RBDHA:2025:23679 | NL25.58120 | Vreemdelingenrecht – Bewaring art. 59 lid 1 sub a Vw | Ongegrond

Feiten/Procesverloop

Eiser, Algerijns onderdaan, werd in bewaring gesteld op grond van artikel 59 lid 1 sub a Vw 2000. Een eerder bewaringstraject was op 9 oktober 2025 opgeheven; nadien gold een vrijheidsbeperkende maatregel (artikel 56 Vw 2000) die niet tot vertrek leidde. Een nieuwe bewaring werd opgelegd op 28 november 2025. Een laissez-passeraanvraag was ingediend op 9 april 2025; op 22 november 2025 hadden de Algerijnse autoriteiten de nationaliteit bevestigd en toegezegd een laissez-passer te verstrekken. Deze toezegging was niet vermeld in de bewaringsmaatregel. Het terugkeerbesluit dateert van 6 juni 2024. Een vertrekgesprek vond plaats op 28 november 2025 (dag vier van de bewaring).

Overwegingen

De rechtbank oordeelt dat het ontbreken van de vermelding van de laissez-passertoezegging in de maatregel geen motiveringsgebrek oplevert dat tot onrechtmatigheid van de bewaring leidt. De toezegging was ten tijde van het opleggen van de maatregel reeds bekend en de minister heeft het voortvarend handelen kunnen onderbouwen.

De zware gronden (3a, 3b, 3c, 3d, 3e en 3i; grond 3f ingetrokken) en de lichte gronden (4a, 4b, 4c en 4d) zijn gedragen. Vertrekgesprek op dag vier (28 november 2025) voldoet aan het voortvarendheidscriterium. De ambtshalve toetsing op grond van het Adrar-arrest levert geen bezwaren op.

Conclusie

Het beroep is ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.

Noten

1. ABRvS 20 april 2020, ECLI:NL:RVS:2020:829

2. ABRvS 6 mei 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1892

3. ABRvS 15 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2842

4. HvJEU 8 november 2022, ECLI:EU:C:2022:858

5. HvJEU 4 september 2025, ECLI:EU:C:2025:647 (Adrar)

Ontdek meer van Jurisprudentie vreemdelingenbewaring

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder