ABRvS | 31-12-2025 | ECLI:NL:RVS:2025:6424 | BRS.25.002712 | Vreemdelingenrecht – Hoger beroep bewaring; persoonlijke verschijning art. 94 lid 4 Vw | HB gegrond; EUR 2.100 schadevergoeding
Feiten/Procesverloop
Appellant werd op 26 november 2025 in bewaring gesteld. Rechtbank Den Haag zp Arnhem (22 december 2025, NL25.58190) verklaarde het beroep ongegrond. De rechtbank had appellant op 10 december 2025 — de veertiende dag na ontvangst van het beroepschrift — via een audioverbinding (telefoon) gehoord. Appellant stelde hoger beroep in en klaagde dat een telefonische verbinding niet voldoet aan het vereiste van persoonlijke verschijning.
Overwegingen
Op grond van artikel 94 lid 4 Vw 2000 roept de rechtbank de vreemdeling op om in persoon dan wel in persoon bij raadsman te verschijnen teneinde te worden gehoord. Uit de Afdelingsuitspraak van 15 januari 2025 volgt dat niet kan worden volstaan met het horen of aanvangen van het horen via een telefonische verbinding. Nu de rechtbank appellant op 10 december 2025 via een telefonische verbinding heeft gehoord, is niet voldaan aan het vereiste van persoonlijke verschijning. De bewaring is daarmee onrechtmatig vanaf 11 december 2025.
Conclusie
Het hoger beroep is gegrond; de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd. Het beroep is gegrond. De maatregel van bewaring wordt opgeheven met ingang van 31 december 2025. Appellant ontvangt EUR 2.100 schadevergoeding voor de periode 11 tot en met 31 december 2025 (21 dagen × EUR 100) en de minister wordt veroordeeld in proceskosten van EUR 2.721.
Noten
1. ABRvS 15 januari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:86 (telefonische verbinding voldoet niet aan vereiste persoonlijke verschijning)