Rb. Den Haag zp Utrecht | 03-12-2025 | ECLI:NL:RBDHA:2025:23254 | NL25.57107 | Vreemdelingenrecht – Bewaring art. 59 lid 1 sub a Vw | Ongegrond
Feiten/Procesverloop
Eiser, Albanees onderdaan (geboren 1997), werd op 20 november 2025 aangetroffen in een vrachtwagentrailer op de A15, terwijl hij kennelijk probeerde het Schengengebied te verlaten. Hij werd staandegehouden en in bewaring gesteld op grond van artikel 59 lid 1 sub a Vw 2000. De bewaring duurde voort ten tijde van de zitting. Eiser vorderde opheffing van de bewaring en schadevergoeding.
Overwegingen
De zware gronden 3a (geen reguliere inreis), 3b (onttrekking aan toezicht) en 3d (eerdere niet-naleving vertrekbevel) zijn niet betwist en gedragen de maatregel. Ook de lichte gronden 4a (geen reisdocument), 4c (geen vaste woon- of verblijfplaats) en 4d (onvoldoende middelen van bestaan) zijn niet betwist.
Ten aanzien van het lichter middel overweegt de rechtbank dat eiser niet beschikt over een paspoort. Zelfstandig vertrek is daardoor feitelijk onmogelijk; faciliteiten als een busticket zijn niet haalbaar omdat eisers identiteit niet is vastgesteld.
De stelling van de gemachtigde van eiser dat eiser ook zonder paspoort kan vertrekken door te proberen de controle te ontwijken door achterin de bus te stappen en zo toegang te krijgen tot de [bus] leidt niet tot een ander oordeel. Van de minister mag uiteraard niet worden verlangd dat hij illegaal reizen door de lidstaten van de Europese Unie faciliteert.
Het beroep op het EHRM-arrest Lamy/België ter onderbouwing van de stelling dat de staandehouding onrechtmatig was, slaagt niet. Van een schending van het recht op een eerlijk proces door de wijze van staandehouding is niet gebleken.
De rechtbank voert ambtshalve toetsing uit en constateert geen aanwijzingen dat non-refoulement of familie- en gezinsleven zich verzetten tegen verwijdering.
Conclusie
Het beroep is ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.