ABRvS | 05-12-2025 | ECLI:NL:RVS:2025:5882 | BRS.24.000376 | Vreemdelingenrecht – Hoger beroep bewaring art. 59b Vw | HB minister gegrond
Feiten/Procesverloop
Betrokkene werd in bewaring gesteld op grond van artikel 59b Vw 2000 (c-grond: asielverzoek ingediend om uitzetting te vertragen of te belemmeren). Op 29 augustus 2024 was betrokkene geïnformeerd over de naderende uitzetting; op 3 oktober 2024 diende hij een tweede asielaanvraag in. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, omdat de c-grond onvoldoende gemotiveerd zou zijn. De minister stelde hoger beroep in.
Overwegingen
De Afdeling oordeelt dat de c-grond deugdelijk is gemotiveerd. Uit de feitelijke omstandigheden — de tweede asielaanvraag werd ingediend kort nadat betrokkene was geïnformeerd over de voorgenomen uitzetting — kan de minister in redelijkheid concluderen dat de aanvraag uitsluitend strekte tot vertraging of belemmering van de terugkeer. De inhoud van het asielrelaas is voor de beoordeling van de c-grond niet relevant; een feitelijke vaststelling volstaat. De rechtbank had dit niet mogen miskennen.
Conclusie
Het hoger beroep van de minister is gegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd. Het beroep van betrokkene is ongegrond.
Noten
1. ABRvS 25 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5663
2. ABRvS 22 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1528