Na Dublinoverdracht terug gekomen naar Nederland. Bevestigt risico onttrekking

ABRvS | 08-12-2025 | ECLI:NL:RVS:2025:5910 | BRS.24.000379 | Vreemdelingenrecht – Hoger beroep bewaring art. 59a Vw Dublin | HB minister gegrond

Feiten/Procesverloop

Betrokkene werd op grond van artikel 59a Vw 2000 in bewaring gesteld ter voorbereiding van overdracht aan Kroatië (Dublin-verordening). Op 11 oktober 2024 was een eerste overdracht uitgevoerd; betrokkene keerde terug en werd op 14 oktober 2024 opnieuw aangetroffen. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, overwegende dat de eerdere naleving van de meldplicht en de medewerking aan de overdracht het onttrekkingsrisico significant hadden verminderd. De minister stelde hoger beroep in.

Overwegingen

De Afdeling overweegt dat eerdere naleving van de meldplicht en medewerking aan een vorige overdracht weliswaar omstandigheden zijn die bij de beoordeling van het onttrekkingsrisico moeten worden betrokken, maar dat deze het significante onttrekkingsrisico dat uit de zware gronden (3a: geen reguliere inreis, 4a: geen reisdocument) volgt, niet ondermijnen. Betrokkene was na de eerste overdracht teruggekeerd naar Nederland, hetgeen juist aantoont dat het risico reëel is.

Conclusie

Het hoger beroep van de minister is gegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd. Het beroep van betrokkene is ongegrond.

Noten

1. ABRvS 17 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3442

2. ABRvS 25 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5262

Ontdek meer van Jurisprudentie vreemdelingenbewaring

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder