Rechtbank onbevoegd inzake vervolgberoep artikel 56 Vw

Rb. Den Haag zp Groningen | 22-12-2025 | ECLI:NL:RBDHA:2025:24794 | NL25.59003 | Vreemdelingenrecht – Vrijheidsbeperkende maatregel art. 56 Vw; kennelijke onbevoegdheid | Onbevoegd

Feiten/Procesverloop

Eiser, Soedanese onderdaan, is op 29 juli 2025 een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd op grond van artikel 56 lid 1 Vw 2000 en geplaatst in een Handhaving- en Toezichtlocatie (HTL) in Hoogeveen. Een eerder beroep werd op 12 september 2025 ongegrond verklaard. Eiser stelt op 2 december 2025 opnieuw beroep in tegen het voortduren van de maatregel. Hij voert aan dat zijn verblijf in de HTL, mede gelet op een verblijf van meer dan elf weken in de ROV-kamer en beperkte bewegingsvrijheid, neerkomt op vrijheidsontneming. Hij heeft psychische klachten en betoogt dat plaatsing in een Intensief Begeleidende Opvang (IBO) of in Veldzicht passender zou zijn. Gelijktijdig heeft hij beroep en een voorlopige voorziening ingesteld tegen zijn plaatsing in de ROV-kamer.

Overwegingen

De rechtbank stelt voorop of zij bevoegd is kennis te nemen van het beroep. In de wetgeving is geen afzonderlijke procedure opgenomen voor het instellen van beroep tegen het voortduren van een vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 56 Vw. De rechtbank heeft de maatregel al eerder inhoudelijk getoetst en niet onrechtmatig bevonden. De weg voor eiser is een opheffingsverzoek bij de minister; bij afwijzing staat bezwaar en vervolgens beroep open. Aan een inhoudelijke beoordeling van de beroepsgronden komt de rechtbank dan ook niet toe.

Ten aanzien van de stelling dat de HTL-plaatsing neerkomt op vrijheidsontneming, heeft de Afdeling bij uitspraak van 11 september 2024 geoordeeld dat zowel het verblijf in de HTL als het verblijf in de ROV-kamer geen vrijheidsontneming vormt. De beoordeling van de ROV-plaatsing valt buiten de omvang van deze procedure, nu het hoger beroep daartegen nog loopt.

Conclusie

De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Noten

1. ABRvS 11 september 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3565 (verblijf HTL en ROV-kamer geen vrijheidsontneming)

2. Rb. Den Haag zp Groningen 12 september 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:16882 (eerdere toetsing maatregel)

3. Rb. Den Haag zp Groningen 20 november 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:21945 (geen wettelijke grondslag voortduringsberoep art. 56)

Ontdek meer van Jurisprudentie vreemdelingenbewaring

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder