Rb. Den Haag | zp Roermond | 06-05-2025 | ECLI:NL:RBDHA:2025:8008 | NL25.19062 & NL25.19082 | Vreemdelingenrecht (art. 59 lid 1 sub a Vw 2000 / aanvullend terugkeerbesluit) | Beide beroepen gegrond
Feiten en Procesverloop
Eiser (gestelde Libische nationaliteit, geboren 1994; V-nummer geanonimiseerd) heeft op 16 februari 2018 een asielaanvraag ingediend. Bij meeromvattende beschikking van 11 januari 2019 is de asielaanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van art. 31 Vw 2000 jo. art. 30b, eerste lid, aanhef en onder e, Vw 2000, omdat eiser zijn gestelde identiteit en Libische nationaliteit niet aannemelijk heeft gemaakt. Eiser heeft in de asielprocedure verklaard homoseksueel te zijn en op die grond bescherming te zoeken. In dezelfde beschikking is een terugkeerbesluit (gericht op Libië) opgenomen. Op 21 oktober 2021 is een aanvullend terugkeerbesluit vastgesteld; de motivering hiervan is echter niet controleerbaar nu het dossier geen afdoende onderbouwing bevat.
Op 18 april 2025 heeft verweerder een nieuw aanvullend terugkeerbesluit opgelegd, ditmaal met Tunesië als land van bestemming. Op diezelfde datum is eiser in bewaring gesteld op grond van art. 59, eerste lid, aanhef en onder a, Vw 2000 (ter fine van verwijdering). Eiser heeft beroep ingesteld tegen zowel het aanvullende terugkeerbesluit als de bewaringsmaatregel; het beroep is tegelijk behandeld ter zitting op 6 mei 2025.
Eiser stelt dat het aanvullende terugkeerbesluit met Tunesië als bestemming in strijd is met het beginsel van non-refoulement, nu verweerder hem nooit eerder over dat land heeft bevraagd.
Overwegingen Rechtbank
- Non-refoulement bij nieuw land van bestemming (aanvullend TKB Tunesië): Verweerder had Tunesië niet eerder als land van bestemming aangemerkt en heeft eiser derhalve niet eerder bevraagd over zijn belangen op grond van art. 5 Richtlijn 2008/115/EG (non-refoulement, gezinsleven, belang van het kind) in relatie tot Tunesië. Het aanvullende terugkeerbesluit bevat geen inhoudelijke beoordeling van het refoulementrisico voor dat land. Onder verwijzing naar ECLI:EU:C:2023:540 (HvJ EU, AA., C-663/21) — art. 5 Terugkeerrichtlijn verzet zich tegen de vaststelling van een terugkeerbesluit wanneer verwijdering voor onbepaalde tijd is uitgesloten op grond van non-refoulement — oordeelt de rechtbank dat verweerder inhoudelijk had moeten beoordelen of terugkeer naar Tunesië geoorloofd is. Nu eiser verklaringen heeft afgelegd die zien op een vrees bij terugkeer, is het aanvullende TKB ondeugdelijk gemotiveerd en wordt het vernietigd.
- Non-refoulement bij eerder TKB (Libië, 2019): Het terugkeerbesluit van 11 januari 2019 bevat evenmin een inhoudelijke beoordeling van het refoulementrisico, terwijl eiser in de asielprocedure heeft verklaard bescherming te zoeken wegens homoseksualiteit. Onder verwijzing naar ECLI:EU:C:2024:892 — het beginsel van non-refoulement moet in elke fase van de terugkeerprocedure worden geëerbiedigd — en ECLI:EU:C:2022:858 — een vreemdeling hoeft geen nieuw verzoek om internationale bescherming in te dienen om non-refoulement geldend te maken; bewaring is alleen rechtmatig bij een geldige grondslag — oordeelt de rechtbank dat ook dit terugkeerbesluit moet worden vernietigd.
- TKB van 21 oktober 2021: De motivering van dit besluit is niet controleerbaar; het kan evenmin als zelfstandige grondslag voor de bewaring dienen.
- Bewaringsgronden (art. 5.1b Vb 2000): Nu alle relevante terugkeerbesluiten zijn vernietigd dan wel niet als deugdelijke grondslag kunnen dienen, ontbreekt de wettelijke grondslag voor de bewaring. De rechtbank heeft de bewaringsgronden (zwaar/licht) niet meer inhoudelijk besproken: de bewaring is van aanvang af onrechtmatig.
Conclusie en Gevolgen
- Uitspraak: Beide beroepen gegrond. Aanvullend terugkeerbesluit vernietigd; bewaringsmaatregel opgeheven; onmiddellijke invrijheidstelling van eiser gelast.
- Schadevergoeding: €2.700 toegewezen (150% van de standaardvergoeding van €100 per dag voor detentie in een detentiecentrum; eiser heeft gemotiveerd waarom de detentie hem bijzonder zwaar is gevallen; het gevraagde bedrag van €5.000 is niet nader onderbouwd en voor het meerdere afgewezen). Bewaring duurde 18 april – 6 mei 2025 (18 dagen × €150 = €2.700).
- Proceskosten: €2.721 (2 punten voor het indienen van de beroepschriften + 1 punt voor het verschijnen ter zitting × €907, wegingsfactor 1; eiser heeft een toevoeging).
- Rechtsmiddel: Hoger beroep bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van de uitspraak.
Noten
- ECLI:EU:C:2023:540 — HvJ EU 6 juli 2023, Bundesamt für Fremdenwesen und Asyl / AA. (C-663/21): art. 5 Terugkeerrichtlijn verzet zich tegen de vaststelling van een terugkeerbesluit wanneer vaststaat dat de verwijdering naar het beoogde land van bestemming voor onbepaalde tijd is uitgesloten op grond van het beginsel van non-refoulement.
- ECLI:EU:C:2024:892 — HvJ EU 2024: het beginsel van non-refoulement moet in elke fase van de terugkeerprocedure worden geëerbiedigd; de beoordeling ervan is niet beperkt tot de asielprocedure.
- ECLI:EU:C:2022:858 — HvJ EU 8 november 2022: een vreemdeling hoeft geen nieuw verzoek om internationale bescherming in te dienen om non-refoulement geldend te maken; bewaring vormt een ernstige inmenging op het recht op vrijheid en is alleen rechtmatig indien een geldige wettelijke grondslag bestaat.
- Artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, Vreemdelingenwet 2000 — bewaring ter fine van terugkeer.
- Artikel 5 Richtlijn 2008/115/EG (Terugkeerrichtlijn) — non-refoulement, gezinsleven en belang van het kind als te respecteren belangen in de terugkeerprocedure.
- Artikel 106, eerste lid, Vreemdelingenwet 2000 — grondslag schadevergoeding bij onrechtmatige bewaring.