Fatbike-controle leidt tot geldige aanhouding; aanvullend terugkeerbesluit en bewaring Algerijns onderdaan rechtmatig ondanks eerder mislukt laissez-passer-traject
Rb. Den Haag zp Rotterdam | 18-03-2025 | ECLI:NL:RBDHA:2025:4471 | NL25.8736 en NL25.9715 | Vreemdelingenrecht – Aanvullend terugkeerbesluit + bewaring art. 59 lid 1 sub a Vw | Ongegrond
Feiten/Procesverloop
Eiser, Algerijns onderdaan, werd op 20 februari 2025 aangehouden nadat de politie zijn fatbike controleerde wegens het bezit van een gashendel (niet toegelaten op de openbare weg). Voor het uitschrijven van een boete werd een identiteitsbewijs gevorderd; eiser kon er geen tonen, waarna de politie zijn naam in de systemen opzocht en constateerde dat hij verwijderbaar was. Op 21 februari 2025 werden een aanvullend terugkeerbesluit (land van terugkeer: Algerije) en een maatregel van bewaring opgelegd. Een eerder terugkeerbesluit van 3 december 2020 vermeldde geen land van terugkeer. Op 28 februari 2025 werd een laissez-passeraanvraag bij de Algerijnse autoriteiten ingediend. In 2013 was al eerder een LP-traject gestart, zonder resultaat. De zitting vond op 12 maart 2025 plaats.
Overwegingen Aanvullend terugkeerbesluit. Het aanvullend terugkeerbesluit voldoet aan de vereisten uit het FMS-arrest (HvJEU 14 mei 2020) en de Afdelingsuitspraken van 2 juni 2021 en 25 september 2023. Nu het besluit van 3 december 2020 al vermeldde dat eiser onrechtmatig verblijft en dient terug te keren, was het voldoende om in het aanvullend besluit uitsluitend het land van terugkeer toe te voegen. Het gehoor voorafgaand aan het aanvullend terugkeerbesluit was weliswaar summier, maar drie minuten later vond een uitgebreider bewaringsgehoor plaats waarbij alle persoonlijke omstandigheden aan bod kwamen.
Aanhouding. De aanleiding voor het vorderen van een identiteitsbewijs lag in de algemene politietaak (boete voor niet-toegelaten fatbike). Dat de politie vervolgens constateerde dat eiser verwijderbaar was, maakt de aanhouding niet tot een verkapte vreemdelingenrechtelijke aanhouding.
Bewaringsgronden. De zware gronden 3a (nooit een paspoort gehad; niet op voorgeschreven wijze Nederland binnengekomen) en 3b (meerdere jaren in Nederland zonder melding, eerder niet-naleving meldplicht van 7 december 2020) zijn feitelijk juist en dragen de maatregel zelfstandig.
Lichter middel. Gelet op het onttrekkingsrisico dat uit de gronden volgt en de niet-naleving van een eerdere meldplicht was een lichter middel niet toereikend. De medische problematiek van eiser vormt geen contra-indicatie nu de medische zorg in detentie voldoende is.
Zicht op uitzetting. In het algemeen bestaat zicht op uitzetting naar Algerije, ook voor ongedocumenteerden. De omstandigheid dat in 2013 al een LP-traject was gestart doet er niet aan af: de omstandigheden zijn sindsdien gewijzigd en het nieuwe traject (ingediend 28 februari 2025) loopt nog.
Conclusie
Beide beroepen zijn ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
Noten
- HvJEU 14 mei 2020, ECLI:EU:C:2020:367 (FMS; vereisten terugkeerbesluit)
- ABRvS 2 juni 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1155 (vereisten terugkeerbesluit)
- ABRvS 25 september 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3564 (aanvullend terugkeerbesluit)
- ABRvS 25 maart 2020, ECLI:NL:RVS:2020:829 (gronden; feitelijke vaststelling)
- ABRvS 23 februari 2015, ECLI:NL:RVS:2015:674 (lichter middel)
- ABRvS 10 april 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1309 (lichter middel)
- HvJEU 5 juni 2014, ECLI:EU:C:2014:1320 (Mahdi; lichter middel)
- ABRvS 6 mei 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1892 (zicht op uitzetting Algerije)
- ABRvS 15 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2842 (zicht op uitzetting Algerije; ongedocumenteerden)
- HvJEU 8 november 2022, ECLI:EU:C:2022:858
Zal ik doorgaan met de volgende upload?