Rb. Den Haag | zp Arnhem | 20-05-2025 | ECLI:NL:RBDHA:2025:9043 | NL25.20928 & NL25.20938 | Vreemdelingenrecht (art. 59 lid 1 sub a Vw 2000 / inreisverbod art. 66a Vw 2000) | Beroep bewaring ongegrond; beroep inreisverbod gegrond, rechtsgevolgen in stand
Feiten en Procesverloop
Eiser (Colombiaanse nationaliteit; terugkeerbesluit gericht op Colombia) is op 6 mei 2025 om 17:38 uur overgenomen vanuit strafrechtelijke detentie en diezelfde dag in vreemdelingrechtelijk kader opgehouden en in bewaring gesteld op grond van art. 59, eerste lid, aanhef en onder a, Vw 2000. Op diezelfde datum is tevens een inreisverbod van twee jaar opgelegd. Eiser heeft een zoontje in Europa en stelt medische klachten te hebben; zijn medische omstandigheden zijn niet met stukken onderbouwd.
Eiser grondt zijn beroep op drie procedurele bezwaren: (1) hij is tijdens het ophoudingsgehoor niet bijgestaan door zijn advocaat ondanks een daartoe gedaan verzoek, (2) de hem uitgereikte informatiefolder in het Spaans bevat een onjuiste rechtsmiddelenclausule (enkel beroep na overleg advocaat), en (3) het aan de bewaring ten grondslag liggende terugkeerbesluit van 27 maart 2023 zou het refoulementrisico niet inhoudelijk hebben beoordeeld. Ten aanzien van het inreisverbod stelt eiser dat zijn persoonlijke omstandigheden — gezinsleven met zijn zoontje en medische situatie — onvoldoende zijn meegewogen. Op 9 mei 2025 heeft een vertrekgesprek plaatsgevonden.
Overwegingen Rechtbank
Ophouding – geen advocaat aanwezig (art. 50 lid 3 Vw):
- Bij ophouding op grond van art. 50, derde lid, Vw 2000 behoeft niet steeds te worden gehoord. Wanneer echter wél wordt gehoord, kan een gebrek in de rechtsbijstand op dat moment niet leiden tot onrechtmatigheid van de ophouding, indien eiser bij het gehoor vóór de inbewaringstelling wel recht op rechtsbijstand heeft gehad en zijn advocaat daarbij ook daadwerkelijk aanwezig was. Eiser is niet in zijn belangen geschaad. De beroepsgrond slaagt niet, maar de rechtbank spreekt wél een proceskostenveroordeling uit wegens dit geconstateerde gebrek.
Informatiefolder – onjuiste rechtsmiddelenclausule:
- De formulering in de Spaanstalige folder suggereert ten onrechte dat beroep slechts ná overleg met een advocaat kan worden ingesteld. Dit is een gebrek. De rechtbank passeert dit echter op grond van art. 6:22 Awb, nu eiser niet in zijn belangen is geschaad: hij was op de hoogte van de redenen van de inbewaringstelling, wist dat een rechtsmiddel openstond en is gewezen op de mogelijkheid van gratis rechtsbijstand. Onder verwijzing naar ECLI:NL:RVS:2024:2979 — maatstaf voor passeren van gebreken in informatiefolder op grond van art. 6:22 Awb — treft deze beroepsgrond geen doel.
Terugkeerbesluit en non-refoulement:
- Het terugkeerbesluit van 27 maart 2023 staat in rechte vast. Eiser heeft niet concreet gemaakt welke nieuwe feiten of omstandigheden een actuele refoulementbeoordeling vereisen. Onder verwijzing naar ECLI:EU:C:2024:892 — non-refoulement moet in elke fase van de terugkeerprocedure worden geëerbiedigd, maar van de vreemdeling mag worden verlangd dat hij nieuwe omstandigheden naar voren brengt — oordeelt de rechtbank dat het beroep op het Ararat-arrest geen doel treft: eiser heeft zijn vrees voor art. 3 EVRM niet onderbouwd. De beroepsgrond slaagt niet.
Bewaringsgronden (art. 5.1b Vb 2000):
- Zware gronden:
- 3b – onttrekking aan toezicht: feitelijk juist en onbetwist.
- 3c – eerder terugkeerbesluit (27 maart 2023) niet nageleefd: feitelijk juist; eiser heeft geen gevolg gegeven aan het TKB.
- Lichte gronden:
- 4a – niet naleven verplichtingen hoofdstuk 4 Vb: ter zitting door de minister laten vallen.
- 4c – geen vaste woon-/verblijfplaats en 4d – onvoldoende middelen: betwist maar niet nader besproken nu de maatregel reeds wordt gedragen door gronden 3b en 3c.
- Onder verwijzing naar ECLI:NL:RVS:2020:829 — een feitelijke toelichting volstaat voor de motivering van bewaringsgronden — dragen 3b en 3c de maatregel reeds.
Lichter middel:
- De minister heeft voldoende gemotiveerd dat geen lichter middel kon volstaan. Eiser heeft zich eerder aan het toezicht onttrokken door niet op vordering te verschijnen en heeft eerder de gelegenheid gehad Nederland te verlaten. Dat eiser stelt niet te hebben geweten dat hij ook de Europese Unie diende te verlaten, maakt dit niet anders.
Inreisverbod – persoonlijke omstandigheden:
- De minister heeft in de motivering van het inreisverbod onvoldoende rekening gehouden met eisers persoonlijke situatie: niet ingegaan op de belemmering twee jaar zijn zoontje in Europa te bezoeken, noch op de gestelde medische omstandigheden. Het inreisverbod is onvoldoende gemotiveerd. Het beroep is op dit punt gegrond. Echter: de minister was verplicht een inreisverbod op te leggen (art. 66a, eerste lid, Vw 2000); de duur van twee jaar volgt uit art. 6.5a Vb 2000; en op de zitting heeft de minister de motivering alsnog toereikend aangevuld (medische omstandigheden niet onderbouwd; zoontje kan eiser bezoeken in Colombia). De rechtsgevolgen worden in stand gelaten.
Conclusie en Gevolgen
- Uitspraak: Beroep tegen maatregel van bewaring ongegrond. Beroep tegen inreisverbod gegrond wegens motiveringsgebrek; inreisverbod vernietigd maar rechtsgevolgen blijven in stand.
- Schadevergoeding: Niet toegewezen (bewaring ongegrond).
- Proceskosten: Toegewezen ten laste van de minister, vanwege het geconstateerde gebrek bij de ophouding (geen advocaat) en het motiveringsgebrek bij het inreisverbod.
- Rechtsmiddel: Hoger beroep bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na bekendmaking.
Noten
- ECLI:NL:RVS:2020:829 — ABRvS 25 maart 2020: een feitelijke toelichting volstaat voor de motivering van de bewaringsgronden; individuele omstandighedentoets vereist.
- ECLI:EU:C:2024:892 — HvJ EU 2024: non-refoulement moet in elke fase van de terugkeerprocedure worden geëerbiedigd; van de vreemdeling mag worden verlangd dat hij nieuwe omstandigheden naar voren brengt die een actuele beoordeling vereisen.
- ECLI:EU:C:2022:858 — HvJ EU 8 november 2022: bewaring vormt een ernstige inmenging op het recht op vrijheid en is alleen rechtmatig bij een geldige wettelijke grondslag.
- ECLI:NL:RVS:2024:2979 — ABRvS 24 juli 2024: maatstaf voor het passeren van gebreken in de informatiefolder (art. 5.3 Vb 2000) op grond van art. 6:22 Awb.
- Artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, Vreemdelingenwet 2000 — bewaring ter fine van terugkeer.
- Artikel 66a Vreemdelingenwet 2000 — inreisverbod; verplichting tot oplegging bij niet-naleving vertrekplicht.
- Artikel 6:22 Algemene wet bestuursrecht — passeren van gebreken indien belanghebbende niet is geschaad.