Roemeense vertaling als ‘voorlopige hechtenis’ in folder is correcte vertaling


Rb. Den Haag | zp Arnhem | 16-06-2025 | ECLI:NL:RBDHA:2025:10471 | NL25.24173 | Vreemdelingenrecht (art. 59 lid 1 sub a Vw 2000) | Beroep ongegrond


Feiten en Procesverloop

Eiser (nationaliteit niet vermeld in de uitspraak; informatiefolder verstrekt in het Roemeens) is op 25 mei 2025 in bewaring gesteld op grond van art. 59, eerste lid, aanhef en onder a, Vw 2000. Eiser heeft beroep ingesteld en schadevergoeding verzocht. De zitting heeft plaatsgevonden op 16 juni 2025.

Eiser voert drie beroepsgronden aan: (1) de Roemeenstalige informatiefolder voldoet niet aan art. 5.3 Vb 2000 omdat de term ‘voorlopige hechtenis’ strafrechtelijke connotaties heeft; (2) zware grond 3b (onttrekking aan toezicht) is niet feitelijk juist nu eiser in strafrechtelijke detentie zat; (3) de minister had moeten volstaan met een lichter middel, nu eiser heeft aangegeven te willen meewerken via Stichting [naam] voor vrijwillig vertrek.


Overwegingen Rechtbank

1. Informatieplicht – weerlegging kritiek op de vertaling (kern van de zaak):

Eiser heeft de Roemeenstalige informatiefolder laten vertalen door een beëdigd vertaler. In die beëdigde Nederlandse vertaling staat de term ‘voorlopige hechtenis’ (Roemeens: arest preventiv). Eiser stelt dat dit woord in het Roemeens een strafrechtelijke detentie aanduidt, waardoor de folder de indruk wekt dat sprake is van strafrecht in plaats van vreemdelingrechtelijke bewaring.

De rechtbank verwerpt dit betoog op twee gronden:

  • Context: De folder maakt, ondanks het gebruik van arest preventiv, voldoende duidelijk dat eiser in een vreemdelingrechtelijk kader is gedetineerd. De folder vermeldt expliciet de betrokkenheid van de IND, de Koninklijke Marechaussee en de politie. In de tekst is geen enkel aanknopingspunt te vinden voor toepassing van het strafrecht.
  • Inhoud van de folder: Volgens de door eiser zelf overgelegde beëdigde vertaling luidt de relevante passage: “U ontvangt deze folder omdat u in voorlopige hechtenis bent genomen. Dit betekent dat u tijdelijk […].” Uit de verdere inhoud blijkt duidelijk wat de redenen van bewaring zijn, welk rechtsmiddel openstaat en hoe gratis rechtsbijstand kan worden aangevraagd. Daarmee is voldaan aan art. 5.3 Vb 2000. De beroepsgrond slaagt niet.

2. Bewaringsgronden (art. 5.1b Vb 2000):

  • Zware gronden:
  • 3b – onttrekking aan toezicht: eiser stelt dat hij zich niet heeft onttrokken omdat hij in strafrechtelijke detentie zat. De rechtbank oordeelt dat de onttrekking aan het vreemdelingentoezicht plaatsvond vóór de aanvang van de strafrechtelijke detentie; de grond is feitelijk juist.
  • 3c – niet-naleving vertrekplicht: onbetwist en feitelijk juist.
  • Lichte gronden:
  • 4c – geen vaste woon-/verblijfplaats en 4d – onvoldoende middelen: door eiser betwist als te algemeen gemotiveerd. De rechtbank laat deze gronden onbesproken, nu 3b en 3c de maatregel reeds zelfstandig dragen.

3. Lichter middel:

Eiser heeft ter zitting aangegeven te willen vertrekken met hulp van Stichting [naam]. De rechtbank oordeelt dat eiser zelf geen concrete stappen heeft ondernomen voor vrijwillig vertrek en dat het aanbod ter zitting onvoldoende is. Gelet op de eerdere onttrekking aan het toezicht is een lichter middel niet aangewezen. De beroepsgrond slaagt niet.

4. Ambtshalve toetsing:

De rechtbank ziet, ook los van de aangevoerde gronden, geen aanleiding om te oordelen dat niet aan de rechtmatigheidsvoorwaarden is voldaan. Onder verwijzing naar ECLI:EU:C:2022:858 — bewaring is alleen rechtmatig bij een geldige wettelijke grondslag — is de maatregel rechtmatig.


Conclusie en Gevolgen

  • Uitspraak: Beroep ongegrond; bewaring blijft voortduren.
  • Schadevergoeding: Afgewezen.
  • Proceskosten: Geen veroordeling.
  • Rechtsmiddel: Hoger beroep bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na bekendmaking.

Noten


Ontdek meer van Jurisprudentie vreemdelingenbewaring

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder