Grensdetentie – Duur en belangenafweging – ECLI:NL:RBDHA:2025:902
Rb. Den Haag (zp Amsterdam) | 16-01-2025 | NL24.51893 | Grensdetentie – Duur en belangenafweging | Beroep gegrond
Feiten en Procesverloop
Eiseres is op 15 november 2024 in grensdetentie geplaatst op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Op dezelfde dag heeft zij een asielaanvraag ingediend, welke op 25 november 2024 door de minister is afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen dit besluit.
Eiseres stelt dat zij procedureel rechtmatig verblijf heeft vanwege haar op 7 januari 2025 ingediende aanvraag toetsing EU-recht als familielid van een burger van de Unie. Zij betoogt dat zij op grond van het Unierecht een inreisrecht heeft om zich bij haar Belgische partner te voegen. Daarnaast verzoekt zij om schadevergoeding vanwege de duur van haar grensdetentie.
De rechtbank heeft het beroep op 15 januari 2025 op zitting behandeld.
Overwegingen Rechtbank
- Procedureel rechtmatig verblijf en Unierecht
- De rechtbank overweegt dat de aanvraag van eiseres betrekking heeft op haar gestelde partner, die de Belgische nationaliteit heeft en in België woont. Hierdoor is het Unierecht niet geactiveerd en kan eiseres geen verblijfsrecht of inreisrecht ontlenen aan het EU-recht.
- De rechtbank ziet daarom geen reden om een pre-judiciële vraag voor te leggen aan het Hof van Justitie van de EU over de rechtsgevolgen van haar aanvraag toetsing EU-recht.
- Duur van de grensdetentie en belangenafweging
- De rechtbank verwijst naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 28 juni 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:2639), waarin is geoordeeld dat een bewaring zo kort mogelijk moet duren. Hierbij is van belang dat de minister tijdig beslist op een asielaanvraag en dat het beroep daartegen binnen een redelijke termijn wordt behandeld.
- In deze zaak is de asielaanvraag van eiseres op 15 november 2024 ingediend en op 25 november 2024 afgewezen. De geplande zitting voor het asielberoep is pas op 28 januari 2025, wat betekent dat eiseres op dat moment meer dan tien weken in grensdetentie zal verblijven.
- De rechtbank stelt vast dat de late zittingsdatum niet aan eiseres of de minister te wijten is, maar aan organisatorische beperkingen bij de rechtbank. Desondanks acht de rechtbank een grensdetentie van meer dan tien weken niet gerechtvaardigd bij afweging van alle belangen.
- Schadevergoeding
- Omdat de grensdetentie pas op de dag van de uitspraak onrechtmatig is geworden, ziet de rechtbank geen aanleiding om schadevergoeding toe te kennen.
Conclusie en Gevolgen
- Uitspraak: Beroep gegrond.
- Gevolgen: De rechtbank beveelt de opheffing van de vrijheidsontnemende maatregel per direct.
- Schadevergoeding: Niet toegekend.
- Proceskosten: De minister wordt veroordeeld tot betaling van €1.814 aan proceskostenvergoeding.
Geef een reactie