Toegangsweigering / grensdetentie binnengrenzen onrechtmatig. Opheffing

Grensdetentie – Schengengrenscode – ECLI:NL:RBDHA:2025:675

Rb. Den Haag | 21-01-2025 | NL25.443 | Grensdetentie – Schengengrenscode – Onrechtmatige toegangsweigering | Beroep gegrond

Feiten en Procesverloop

Eiser heeft op 3 januari 2025 bij de binnengrens tussen Nederland en Duitsland een toegangsweigering opgelegd gekregen op grond van artikel 14, in samenhang met artikel 6 van Verordening (EU) nr. 2016/399 (Schengengrenscode). Vervolgens is hem een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd op grond van artikel 6, eerste en tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).

Eiser stelt dat Nederland hem niet de toegang kon weigeren omdat hij zich reeds op Nederlands grondgebied bevond en de Schengengrenscode alleen toegang weigering aan buitengrenzen toestaat. Hij beroept zich op het arrest Arib van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU) van 19 maart 2019 (ECLI:EU:C:2019:220).

De rechtbank heeft het beroep op 16 januari 2025 op zitting behandeld.

Overwegingen Rechtbank

  1. Onrechtmatige toegangsweigering
    • Artikel 14 van de Schengengrenscode regelt de toegangsweigering en is opgenomen in hoofdstuk II van deze verordening, dat betrekking heeft op buitengrenzen. Toegangsweigering mag alleen aan buitengrenzen plaatsvinden.
    • Partijen zijn het erover eens dat eiser de grens met Duitsland vanuit Nederland wilde oversteken en door de Duitse autoriteiten is geweigerd. Hierna werd hij door Nederland niet opnieuw toegelaten. De minister stelt dat Nederland op basis van artikel 25a van de Schengengrenscode tijdelijk grenstoezicht had heringevoerd en dat artikel 32 de toepassing van titel II mogelijk maakt bij heringevoerd toezicht.
    • De rechtbank overweegt echter, onder verwijzing naar het Arib-arrest, dat heringevoerd toezicht aan een binnengrens een binnengrens niet gelijk maakt aan een buitengrens. Artikel 32 van de Schengengrenscode is niet van toepassing op situaties waarin een vreemdeling illegaal op het grondgebied van een lidstaat verblijft. Nederland mocht eiser dus niet de toegang weigeren alsof hij zich bij een buitengrens bevond.
  2. Gevolgen voor grensdetentie
    • De rechtbank stelt vast dat de toegangsweigering onrechtmatig is. Omdat de vrijheidsontnemende maatregel is gebaseerd op de toegangsweigering, is ook de daaropvolgende grensdetentie vanaf het begin onrechtmatig.
    • De overige beroepsgronden van eiser hoeven daarom niet te worden besproken.

Conclusie en Gevolgen

  • Uitspraak: Beroep gegrond.
  • Gevolgen: De rechtbank vernietigt de toegangsweigering en beveelt de opheffing van de vrijheidsontnemende maatregel per direct.
  • Schadevergoeding: €1.900 (19 dagen onrechtmatige bewaring à €100 per dag).
  • Proceskosten: De minister wordt veroordeeld tot betaling van €1.814 aan proceskostenvergoeding.

Noten

Geef een reactie

Ontdek meer van Jurisprudentie vreemdelingen bewaring

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder