Rb Den Haag: Senegal geen gedeeltelijk veilig land. Opheffing

Veilig land – Senegal – ECLI:NL:RBDHA:2025:172

Rb. Den Haag (zp Den Haag) | 08-01-2025 | NL24.46330 | Veilig land – Senegal | Beroep gegrond

Feiten en Procesverloop

Eiser, van Senegalese nationaliteit, heeft op 10 november 2024 een asielaanvraag ingediend in Nederland. De minister heeft deze aanvraag op 19 november 2024 in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond, met een vertrekplicht en een inreisverbod van twee jaar.

Eiser betwist de aanwijzing van Senegal als veilig land van herkomst, omdat de minister bepaalde groepen (LHBTIQ+ en personen die strafrechtelijke vervolging vrezen) heeft uitgezonderd van deze aanwijzing. Hij stelt dat een land niet als veilig kan worden aangemerkt als dit niet geldt voor de gehele bevolking.

De rechtbank heeft de zaak eerst enkelvoudig behandeld op 9 december 2024, maar verwezen naar de meervoudige kamer. De minister heeft nadere stukken ingediend op 10 december 2024 en eiser heeft hierop gereageerd op 16 december 2024. Op 18 december 2024 is het onderzoek gesloten zonder nadere zitting.

Overwegingen Rechtbank

  1. De rechtbank stelt dat de Procedurerichtlijn vereist dat een land algemeen en duurzaam veilig moet zijn om als veilig land van herkomst te kunnen worden aangemerkt. Dit betekent dat er geen structurele vervolging of ernstige schade mag plaatsvinden.
  2. De rechtbank verwijst naar het arrest van het Hof van Justitie van 4 oktober 2024 (ECLI:EU:C:2024:841), waarin is geoordeeld dat een land niet als veilig kan worden aangemerkt als een deel van het grondgebied niet aan de voorwaarden voldoet. De rechtbank leidt hieruit af dat dit ook geldt voor uitzonderingen voor bepaalde bevolkingsgroepen.
  3. De minister heeft Senegal sinds 2016 als veilig land aangemerkt, maar groepen hiervan uitgezonderd. Volgens de rechtbank verdraagt dit zich niet met de Procedurerichtlijn. Het uitzonderen van specifieke groepen ondermijnt het algemene rechtsvermoeden van veiligheid.
  4. Artikel 3.37f, vierde lid, aanhef en onder a, van het Voorschrift Vreemdelingen 2000 (Vv 2000) wordt daarom onverbindend verklaard. De minister heeft de asielaanvraag ten onrechte als kennelijk ongegrond afgewezen en in de versnelde procedure behandeld.
  5. De rechtbank oordeelt echter dat de minister het asielrelaas van eiser ongeloofwaardig mocht achten, nu eiser vage en inconsistente verklaringen heeft afgelegd over het dreigende gedwongen huwelijk en de reden van zijn vlucht.

Conclusie en Gevolgen

  • Uitspraak: Beroep gegrond.
  • Gevolgen: De aanwijzing van Senegal als veilig land is in strijd met de Procedurerichtlijn. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit, maar wijst de asielaanvraag af als ongegrond.
  • Proceskosten: De minister wordt veroordeeld tot een proceskostenvergoeding van €2.721.
  • Terugkeer: Eiser krijgt een vertrektermijn van vier weken naar Senegal. Het inreisverbod wordt vernietigd.

Noten

Geef een reactie

Ontdek meer van Jurisprudentie vreemdelingen bewaring

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder