Last minute asielaanvraag bij ontvangst laissez-passer: adres bij oom en vast inkomen nemen onttrekkingsrisico niet weg: objectieve reden voor 59-b sub c-grond.
Rb. Den Haag | zp Utrecht | 02-02-2026 | ECLI:NL:RBDHA:2026:1980 | NL26.3176 | Vreemdelingenrecht (art. 59b Vw 2000) | Beroep ongegrond
Feiten en procesverloop
Eiser (Bengalese nationaliteit, geboren 2003) had in 2020 een eerste asielaanvraag ingediend; op 11 november 2025 onherroepelijk afgewezen. Op 6 januari 2026 ontving de minister een laissez-passer van de Bangladeshse autoriteiten. Op 16 januari 2026 — vlak voor de geplande uitzetting — diende eiser een opvolgende asielaanvraag in. Op 19 januari 2026 stelde de minister een maatregel op (art. 59b lid 1, aanhef en onder b en c, Vw). Verweerder liet ter zitting zware grond 3i en lichte grond 4d vallen.
Overwegingen rechtbank
- Wettelijke grondslag: Eiser voldeed aan de eerste twee voorwaarden voor de c-grond. Nu hij de aanvraag indiende kort na ontvangst van de LP en vlak voor de uitzetting, mocht de minister aannemen dat dit was om terugkeer te verijdelen.
- Zware gronden (art. 5.1b lid 3 Vb): 3a en 3c feitelijk juist en voldoende gemotiveerd.
- Lichte gronden (art. 5.1b lid 4 Vb): 4a en 4c resteerden.
- Lichter middel: Eiser had werk (EUR 1.800/maand), vast BRP-adres en oom bood woning aan. Dit neemt het onttrekkingsrisico niet weg gezien eisers eerdere verklaringen niet mee te willen werken. De zienswijze van de advocaat was geciteerd en voldoende meegewogen (ECLI:EU:C:2014:1320, Mahdi — motiveringsplicht lichter middel vervuld).
Conclusie en gevolgen
- Oordeel: Beroep ongegrond.
- Schadevergoeding: Afgewezen.
- Proceskosten: Geen proceskostenveroordeling.
- Rechtsmiddel: Hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na bekendmaking.
Noten
- ECLI:EU:C:2014:1320 — HvJ EU 5 juni 2014 (Mahdi): motiveringsplicht lichter middel; autoriteiten moeten concreet toelichten waarom geen alternatief volstaat.
Geef een reactie