Vreemdeling wordt strafrechtelijk aangehouden, overgedragen naar de vreemdelingenketen, veroordeeld, opheffing bewaring om straf uit te zitten. DT&V kon niet eerder op de hoogte zijn van strafvonnis
Rb. Den Haag | zp Rotterdam | 03-02-2026 | ECLI:NL:RBDHA:2026:3067 | NL26.3403 | Vreemdelingenrecht (art. 59a lid 1 Vw 2000) | Beroep ongegrond
Feiten en procesverloop
Nationaliteit eiser: niet vermeld. Bewaring opgelegd op 12 december 2025 (art. 59a Vw). Op 23 december 2025 beval de politierechter 60 dagen gevangenhouding. Het bevel werd op 29 december 2025 bij verweerder bekend; diezelfde dag hief verweerder de vreemdelingenbewaring op en droeg eiser over aan de strafketen. Eiser stelde dat verweerder dit eerder had kunnen weten.
Eiser voert aan dat voorafgaand aan zijn vreemdelingrechtelijke inbewaringstelling al enige dagen strafrechtelijk zijn vrijheid was ontnomen. Verweerder had toen al op de hoogte kunnen en moeten zijn van het strafvonnis op grond waarvan eisers vreemdelingenbewaring op 29 december 2025 is opgeheven. Omdat een strafrechtelijk vonnis prioriteit geniet boven een vreemdelingrechtelijke detentie had eiser dus aansluitend aan het einde van zijn strafrechtelijk traject op 12 december 2025 het strafvonnis uit kunnen zitten. Ook bevreemdt het volgens eiser dat het strafvonnis nog niet bekend was bij verweerder op 24 december 2025, toen verweerder in een inmiddels ingetrokken eerste beroep tegen deze maatregel van bewaring een aanbiedingsbrief aan de rechtbank heeft verstuurd.
Zitting op 28 januari 2026; eiser en gemachtigde niet verschenen.
Overwegingen rechtbank
- Overdracht conform beleid: Uit de stukken blijkt dat het bevel gevangenhouding op 29 december 2025 bij verweerder bekend werd. Verweerder handelde nog diezelfde dag en droeg eiser over, conform paragraaf A5/6.12 en A5/6.13 Vc 2000.
- Bevaringsgronden (art. 5.1b lid 2 en 3 Vb): 3a, 3b en 3d; lichte gronden: 4a, 4c en 4d. Eiser refereerde zich aan het oordeel van de rechtbank; ambtshalve toetsing (ECLI:EU:C:2022:858) levert geen onrechtmatigheid op.
Conclusie en gevolgen
- Oordeel: Beroep ongegrond; schadevergoeding afgewezen.
- Proceskosten: Geen proceskostenveroordeling.
- Rechtsmiddel: Hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na bekendmaking.
Noten
- ECLI:EU:C:2022:858 — HvJ EU 8 november 2022 (C, B en X): ambtshalve toetsing rechtmatigheid bewaring.
Geef een reactie