Tijdelijke bescherming voor derdelander uit Oekraïne mag eerder worden beëindigd dan voor Oekraïner
Rb. Den Haag | zp Arnhem | 03-02-2026 | ECLI:NL:RBDHA:2026:1831 | NL23.26947 en NL24.9766 | Vreemdelingenrecht (Richtlijn 2001/55/EG, art. 6 Terugkeerrichtlijn) | Beroepen deels niet-ontvankelijk, deels ongegrond
Feiten en procesverloop
Eiser (Marokkaanse nationaliteit) had ten tijde van de Russische invasie op 24 februari 2022 een tijdelijk verblijfsrecht in Oekraïne en ontving als derdelander facultatieve tijdelijke bescherming (Richtlijn 2001/55/EG). De minister beëindigde de bescherming bij drie opeenvolgende besluiten (23 augustus 2023, 21 februari 2024 en 23 juli 2025). De eerste twee werden ingetrokken na ABRvS- en HvJ-uitspraken. Zitting bleef achterwege (art. 8:57 Awb).
Overwegingen rechtbank
- Niet-ontvankelijkheid: Beroepen tegen besluiten van 23 augustus 2023 en 21 februari 2024 niet-ontvankelijk wegens intrekking.
- Voorlopige voorziening staat terugkeerbesluit niet in de weg (ECLI:EU:C:2018:465, Gnandi — afwachten rechtsmiddel maakt betrokkene niet legaal in zin Terugkeerrichtlijn).
- HvJ 19 december 2024 (ECLI:EU:C:2024:1038, Kaduna) — facultatieve bescherming voor derdelanders mag eerder eindigen dan verplichte bescherming voor Oekraïners. ABRvS 23 april 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:1827 e.a.) bevestigt: tijdelijke bescherming eindigde op 4 maart 2024.
- Evenredigheidsbeginsel: Geen individuele afweging vereist nu rechtsgrondslag vervallen.
- Vertrouwensbeginsel: Slaagt niet zonder persoonlijke, concrete toezegging van bevoegde persoon of instantie.
- SIS-signalering: Verplicht op grond van Verordening (EU) 2018/1860.
- Hoorrecht: Voldoende via zienswijzeprocedure (art. 4:8 en 4:9 Awb).
Conclusie en gevolgen
- Oordeel: Beroepen van 23 augustus 2023 en 21 februari 2024 niet-ontvankelijk; beroep van 23 juli 2025 ongegrond.
- Schadevergoeding: Niet aan de orde (geen bewaringszaak).
- Proceskosten: EUR 1.868,– ten laste van de minister.
- Rechtsmiddel: Hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na bekendmaking.
Noten
- ECLI:EU:C:2024:1038 — HvJ EU 19 december 2024 (Kaduna): facultatieve tijdelijke bescherming voor derdelanders mag eerder eindigen dan verplichte bescherming voor Oekraïners.
- ECLI:NL:RVS:2025:1827 — ABRvS 23 april 2025: bescherming derdelanders eindigde per 4 maart 2024.
- ECLI:EU:C:2018:465 — HvJ EU 19 juni 2018 (Gnandi): voorlopige voorziening staat terugkeerbesluit niet in de weg.
Geef een reactie