Aanvraag LP blijft 10 dagen liggen, beroep gegrond – ECLI:NL:RBDHA:2025:3010
Rb. Den Haag (zp Roermond) | 27-02-2025 | NL25.7391 | Bewaring | Beroep gegrond
Feiten en Procesverloop
Bij besluit van 10 februari 2025 heeft de minister aan eiser een maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000).
Eiser heeft beroep ingesteld en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het beroep op 25 februari 2025 ter zitting behandeld. Eiser was aanwezig, bijgestaan door zijn gemachtigde. De minister was vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
Eiser stelt de Marokkaanse nationaliteit te hebben en geboren te zijn in 1998.
Overwegingen Rechtbank
- Gronden van de maatregel
- De minister heeft de bewaring opgelegd wegens het risico op onttrekking aan toezicht en het belemmeren van de terugkeerprocedure.
- Eiser heeft de opgegeven gronden niet betwist en de rechtbank oordeelt dat deze de maatregel kunnen dragen.
- Voortvarendheid van de uitzettingsprocedure
- Voor de uitzetting naar Marokko was een laissez-passer (lp) nodig. De lp-aanvraag werd op 10 februari 2025 ingevuld, maar pas op 20 februari 2025 verzonden.
- De rechtbank acht dit tijdsverloop onaanvaardbaar en verwijst naar eerdere uitspraken waarin is geoordeeld dat de minister voortvarend moet handelen bij de afname en verwerking van vingerafdrukken en het indienen van lp-aanvragen.
- De rechtbank benadrukt dat de minister verantwoordelijk blijft voor het terugkeerproces en dat hij, indien nodig, de Koninklijke Marechaussee (KMar) en de Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel (AVIM) dient aan te sturen om vertragingen te voorkomen.
- Onrechtmatigheid van de bewaring vanaf 16 februari 2025
- Volgens de rechtbank had de lp-aanvraag uiterlijk op 15 februari 2025 verzonden kunnen worden. Omdat dit niet is gebeurd, wordt de voortduring van de bewaring vanaf 16 februari 2025 onrechtmatig geacht.
Conclusie en Gevolgen
- Uitspraak: Het beroep is gegrond.
- Gevolgen: De bewaring wordt opgeheven en eiser wordt in vrijheid gesteld.
- Proceskosten: De minister wordt veroordeeld in de proceskosten van € 1.814,-.
- Schadevergoeding: De rechtbank kent eiser een schadevergoeding van € 1.200,- toe.




