Rb. Den Haag | ‘s-Hertogenbosch | 27-05-2026 | ECLI:NL:RBDHA:2026:14019 | NL26.26584, NL26.26581, NL26.26590, NL26.26593, NL26.26594, NL26.26595 en NL26.26596 | Vreemdelingenbewaring (art. 59a lid 1 Vw) | Beroepen gegrond
Feiten en procesverloop
Eisers zijn een gezin met de Turkse nationaliteit: twee ouders (geboren 1989) en vijf kinderen (geboren 2009, 2012, twee in 2014 en 2015) (r.o. 1). Zij vroegen op 9 september 2025 asiel aan in Nederland, nadat zij op 4 september 2025 in Kroatië om bescherming hadden verzocht. Kroatië accordeerde de claim op 17 november 2025; de aanvragen werden op 19 februari 2026 niet in behandeling genomen en de beroepen daartegen op 1 mei 2026 ongegrond verklaard (r.o. 2). Op 8 mei 2026 volgde een geplande staandehouding in de opvang in Katwijk en kreeg elk gezinslid een eigen maatregel (r.o. 3). Op 15 mei 2026 werd het gezin overgedragen aan Kroatië en zijn de maatregelen opgeheven. Op de zitting van 26 mei 2026 verschenen beide partijen niet; zij reageerden schriftelijk.
Overwegingen rechtbank
- Kader (r.o. 5-6). Bewaring van minderjarigen is een uiterste maatregel en zo kort mogelijk (art. 28 lid 4 Dublinverordening met art. 11 Opvangrichtlijn; paragraaf A5/2.4 Vc 2000). Het beleid vereist een deugdelijke verzwaarde belangenafweging, waarin in ieder geval medische achtergrond, leeftijd van de kinderen en samenstelling van het gezin worden meegewogen. Minderjarig is wie jonger is dan 18 jaar.
- Oudste dochter vergeten (r.o. 7-8). De rechtbank toetst ambtshalve of voor alle minderjarige kinderen een verzwaarde afweging is gemaakt. De oudste dochter, geboren in 2009, is 17 jaar. Haar maatregel bevat alleen de gebruikelijke afweging over het lichter middel, niet de verzwaarde afweging die in de maatregelen van de andere kinderen wel staat.
- Doorwerking naar het gezin (r.o. 9). Het motiveringsgebrek maakt haar maatregel onrechtmatig. Dat werkt door in de maatregelen van de andere gezinsleden, omdat die ervan uitgaan dat het gezin als geheel rechtmatig in bewaring wordt gesteld (RVS 2022:2101).
- Overige gronden (r.o. 10). Niet besproken; de maatregelen zijn vanaf de oplegging onrechtmatig.
Conclusie en gevolgen
- Uitspraak: beroepen gegrond.
- Schadevergoeding: EUR 6.720 (8 dagen x EUR 120 detentiecentrum x 7 personen) (r.o. 11).
- Proceskosten: EUR 934 (1 punt, wegingsfactor 1); vanwege samenhang één keer toegekend (art. 3 Bpb) (r.o. 12).
- Rechtsmiddel: hoger beroep bij de Afdeling binnen één week na bekendmaking.
Noten
- ECLI:NL:RBDHA:2026:14019: deze uitspraak
- ECLI:NL:RVS:2022:2101: onrechtmatigheid van de maatregel van één gezinslid werkt door naar de andere gezinsleden
- Art. 59a Vw 2000, art. 106 Vw 2000, art. 2 onder i en 28 lid 4 Dublinverordening, art. 2 onder d en 11 Opvangrichtlijn, paragraaf A5/2.4 Vc 2000




