Rb. Den Haag | Roermond | 08-05-2026 | ECLI:NL:RBDHA:2026:10989 | NL26.23509 (bewaring) en NL26.23969 (terugkeerbesluit/inreisverbod) | Vreemdelingenbewaring (art. 59 lid 1 aanhef en onder a Vw) | Beroep bewaring gegrond; beroep terugkeerbesluit en inreisverbod ongegrond
Feiten en procesverloop
Eiser is geboren in 1982 en heeft de Ghanese nationaliteit. Een afwijzing uit 2022 bevatte al een terugkeerbesluit met een vertrektermijn van vier weken (r.o. 2). Op 22 februari 2026 werd hij op Eindhoven Airport staande gehouden met een vals Italiaans rijbewijs en een valse Italiaanse identiteitskaart; de politierechter veroordeelde hem tot twee maanden gevangenisstraf (r.o. 3). Op 21 april 2026 volgden een nieuw terugkeerbesluit zonder vertrektermijn en een inreisverbod van twee jaar. Hij werd tijdens de strafrechtelijke detentie gehoord en de maatregel werd op 21 april 2026 uitgereikt, met werking per 22 april 2026 (r.o. 4-6). Zware gronden 3a, 3c, 3d, 3f en 3g; lichte gronden 4a, 4c, 4d en 4e (r.o. 7). Eiser legde in beroep een brief van zijn Nederlandse partner over: hij kan bij haar verblijven en het vertrek kan worden gefinancierd (r.o. 8). Beide beroepen zijn op 6 mei 2026 gevoegd behandeld.
Overwegingen rechtbank
- Terugkeerbesluit en inreisverbod (r.o. 10-13). Bij beide besluiten moet de rechter zo nodig ambtshalve nagaan of de belangen van artikel 5 Terugkeerrichtlijn en non-refoulement in de weg staan. Het gehoor door de KMar was zeer zorgvuldig. Het beroep daartegen is ongegrond.
- Goede motivering, maar op de verkeerde plek (r.o. 20-21). In de M110 is uitgebreid en “zeer deugdelijk” gemotiveerd waarom geen lichter middel volstaat. In de maatregel zelf staat alleen dat “door de vreemdeling geen omstandigheden zijn aangevoerd”. Dat is ontoereikend: de motivering van het onttrekkingsrisico is geen motivering van het lichter middel, want ook bij een onttrekkingsrisico kan een lichter middel volstaan. Motivering van zicht op uitzetting en van het ontbreken van onevenredige bezwaren vult dat gat niet.
- Wat eiser had aangevoerd (r.o. 21-22). Eiser noemde een Nederlandse vriendin met adres, een relatie van vijf jaar en hoge bloeddruk. De rechtbank zegt niet dat een lichter middel had gemoeten, wel dat de maatregel moest uitleggen waarom deze omstandigheden geen reden zijn om daarmee te volstaan.
- Erkend (r.o. 23). De minister erkende ter zitting dat de maatregel geen motivering over het lichter middel bevat. De maatregel moet worden opgeheven.
- Ook refoulementmotivering alleen in de M110 (r.o. 24). Ook de “uitmuntende” uitleg over artikel 5 Terugkeerrichtlijn en refoulement staat wel in de M110, maar niet in de maatregel.
- Voortvarendheid compenseert niet (r.o. 25). De minister werkte zeer voortvarend (gehoor tijdens detentie, LP-aanvraag enkele dagen vóór de maatregel, paspoortkopie op 28 april 2026 nagezonden, navraag in Italië op 29 april 2026), maar dat compenseert een ontoereikend gemotiveerde maatregel niet.
Conclusie en gevolgen
- Uitspraak: beroep tegen de bewaring gegrond, onrechtmatig vanaf de oplegging op 22 april 2026, opheffing (r.o. 27); beroep tegen terugkeerbesluit en inreisverbod ongegrond.
- Schadevergoeding: EUR 1.920 volgens het dictum (16 dagen; dat komt neer op EUR 120 per dag). In r.o. 27 staat “€ 4.960,- (16 x € 1.920,-)”; dat lijkt een verschrijving.
- Proceskosten: EUR 1.868.
- Rechtsmiddel: hoger beroep bij de Afdeling (termijn volgens de uitspraak).
Noten
- ECLI:NL:RBDHA:2026:10989: deze uitspraak
- Art. 59 Vw 2000, art. 62 Vw 2000, art. 66a Vw 2000, art. 106 Vw 2000, art. 5.1b Vb 2000, art. 5 Richtlijn 2008/115/EG




