Raad van State, appèl van Rb. Den Haag, zp Middelburg) | 28-04-2026 | ECLI:NL:RVS:2026:2357 | BRS.25.001629 (eerste aanleg NL25.47130) | Vreemdelingenrecht (hoger beroep) | Hoger beroep gegrond; beroep alsnog gegrond

Feiten en Procesverloop

Nationaliteit en geboortejaar van appellant niet vermeld. Besluit van 25 september 2025: bewaring op grond van art. 59b lid 1 aanhef en onder a en b Vw 2000. Rb. Den Haag, zp Middelburg, 14 oktober 2025 (ECLI:NL:RBDHA:2025:18905, NL25.47130): beroep ongegrond, schadeverzoek afgewezen. Appellant (mr. F. Boone) ging in hoger beroep. Hij stelt dat uit de e-mail van 27 september 2025 van zijn gemachtigde blijkt dat hij zijn asielaanvraag wilde intrekken, dat de grondslag had moeten worden omgezet en dat de bewaring vanaf 27 september 2025 onrechtmatig is. Standpunt van de minister: niet vermeld.

Overwegingen Afdeling

  • r.o. 1.1: de e-mail toont dat appellant uitdrukkelijk beoogde de asielaanvraag in te trekken (anders dan de rechtbank overwoog): hij gaf in een telefoongesprek met de gemachtigde aan zijn asielverzoek te willen intrekken en het formulier te willen ondertekenen, en verzocht de bewaring om te zetten.
  • r.o. 1.2: vanaf het moment van die e-mail had de minister twee dagen om de grondslag om te zetten naar art. 59 lid 1 onder a Vw (ABRvS 6 mei 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1869, onder 3: termijn van twee dagen voor omzetting na intrekking van de asielaanvraag). De omzetting vond pas plaats op 30 september 2025; de bewaring was daarom onrechtmatig met ingang van 27 september 2025 (ABRvS 22 december 2025, ECLI:NL:RVS:2025:6279, onder 3.4: bewaring onrechtmatig bij te late omzetting).
  • r.o. 2: grieven 2 en 3 leiden niet tot vernietiging en behoeven geen verdere motivering (art. 91 lid 2 Vw; geen vragen voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming; geen vragen over Unierecht, HvJ-EU 24 maart 2026, Remling, ECLI:EU:C:2026:243, punten 24 en 31).
  • Zware (art. 5.1b lid 3 Vb) en lichte gronden (lid 4): niet besproken.

Conclusie en Gevolgen

Hoger beroep gegrond; uitspraak van de rechtbank vernietigd; beroep gegrond (r.o. 3). Omdat de bewaring al is opgeheven, is een opheffingsbevel niet nodig. Schadevergoeding (art. 106 lid 1 Vw): EUR 400 over de periode 27 t/m 30 september 2025, ten laste van de Staat. Proceskosten EUR 2.802 (beroep en hoger beroep, door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; punten/factor niet vermeld). Rechtsmiddel: niet vermeld.

Noten

ECLI:NL:RBDHA:2025:18905; ECLI:NL:RVS:2024:1869; ECLI:NL:RVS:2025:6279; ECLI:EU:C:2026:243; Vw 2000

Trending

Ontdek meer van Jurisprudentie vreemdelingenbewaring

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder