Rb. Den Haag | RECHTBANK DEN HAAG / Zittingsplaats Groningen | 23-04-2026 | ECLI:NL:RBDHA:2026:9813 | NL26.8835 (verzoek voorlopige voorziening: NL26.8837) | Vreemdelingenrecht (bestuursrecht) | Beroep gegrond

Feiten en Procesverloop

Nationaliteit en geboortejaar niet vermeld. Besluit van 2 april 2025: vrijheidsbeperkende maatregel op grond van art. 56 lid 1 Vw; verblijf vanaf 3 april 2025 in de gemeente Westerwolde (vbl Ter Apel). Eiser zou op 12 februari 2025 vrijwillig naar Benin vertrekken vanuit INLIA (maatschappelijke opvang); op het vliegveld verslechterde zijn psychische toestand, volgde een crisismaatregel en opname in CTP Veldzicht, vanwaar de maatregel is opgelegd.

Op 3 december 2025 verzocht hij om opheffing; geweigerd op 9 december 2025; bezwaar 19 december 2025; op 13 februari 2026 kennelijk ongegrond verklaard. Beroep; zitting 3 april 2026.

Eiser: nieuwe feiten (duur, medische situatie, INLIA-verklaringen); geen zicht op vertrek (art. 64-verzoek); lichter middel niet getoetst. De minister: geen nieuwe feiten; lp toegezegd; de vbl is een lichter middel; toezicht bij INLIA is niet mogelijk.

Overwegingen Rechtbank

Beroep gegrond; het besluit van 13 februari 2026 is vernietigd; de minister neemt binnen vier weken na verzending een nieuw besluit op bezwaar, na horen van eiser en met aandacht voor de INLIA-verklaringen (r.o. 6.4). Schadevergoeding (art. 106 Vw): niet van toepassing (geen bewaring). Proceskosten EUR 1.868 (2 punten x EUR 934, factor 1). Rechtsmiddel: tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Trending

Ontdek meer van Jurisprudentie vreemdelingenbewaring

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder