Rb. Den Haag | Zittingsplaats Rotterdam | 08-04-2026 | ECLI:NL:RBDHA:2026:11512 | NL26.15282 | Vreemdelingenrecht (bestuursrecht) | Beroep gegrond
Feiten en Procesverloop
Verweerder legde eiser op 29 december 2025 bewaring op (art. 59 lid 1 aanhef en onder a Vw). Vervolgberoep tegen het voortduren met verzoek om schadevergoeding. Verweerder overlegde een voortgangsrapportage en bood vóór de zitting schadevergoeding aan; eiser ging daar niet op in. Bewaring opgeheven op 16 maart 2026. Zitting 1 april 2026.
Eiser gaat uit van een veel langere periode en stelt, onder verwijzing naar HvJ-EU 5 maart 2026 (Aroja), ECLI:EU:C:2026:148, dat eerdere bewaringsperioden meetellen (eerste inbewaringstelling 11 april 2025), dat de omzetting op 29 december 2025 dus 58 dagen te laat was, dat het verlengingsbesluit na zes maanden (2 november 2025; termijn tot 22 december 2025) te laat is genomen en dat de maatregel van meet af aan onrechtmatig was. De advocaat rekent terug tot het verlengingsbesluit. Voor zover het verlengingsbesluit in rechte vaststaat, verwijst hij naar ABRvS 18 februari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:925.
Overwegingen Rechtbank
- Door de opheffing beperkt de beoordeling zich tot schadevergoeding. Eerdere toetsing: uitspraak van 19 januari 2026 (NL25.64098): rechtmatig tot sluiting onderzoek op 14 januari 2026; alleen de periode daarna is van belang.
- ABRvS 6 februari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:656: de Afdeling vernietigde het verlengingsbesluit en de latere maatregelen niet, ook al zou het te laat zijn genomen; het verlengingsbesluit staat in rechte vast.
- ABRvS 18 februari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:925 wordt niet gevolgd: die uitspraak ziet op een wezenlijk andere situatie en ander rechtsgebied; het verlengingsbesluit is niet onmiskenbaar onrechtmatig. De rechtmatigheid van het verlengingsbesluit valt buiten de reikwijdte; verlengingsbesluit rechtmatig geacht.
- Niet in geschil dat de omzetting te laat plaatsvond; voortduren dan pas onrechtmatig vanaf 11 maart 2026.
- Zware en lichte gronden (art. 5.1b lid 3 en 4 Vb): niet aan de orde.
Conclusie en Gevolgen
Beroep gegrond; maatregel onrechtmatig met ingang van 11 maart 2026. Schadevergoeding (art. 106 Vw): 6 dagen x EUR 120 (detentiecentrum) = EUR 720. Proceskosten EUR 1.868 (2 punten x EUR 934, factor 1). Rechtsmiddel: tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Noten
ECLI:EU:C:2026:148 (Aroja, 5 maart 2026); ECLI:NL:RVS:2026:656; ECLI:NL:RVS:2026:925; Vw 2000





