Rb. Den Haag | Zittingsplaats Rotterdam | 08-04-2026 | ECLI:NL:RBDHA:2026:11516 | NL26.15684 | Vreemdelingenrecht (bestuursrecht) | Beroep ongegrond

Feiten en Procesverloop

Bij besluit van 13 maart 2026 legde de minister bewaring op (art. 59 lid 1 aanhef en onder a Vw). Beroep, mede verzoek om schadevergoeding; zitting 1 april 2026

Eiser stelt: (1) zijn gemachtigde kon niet bij het gehoor aanwezig zijn; zij was telefonisch benaderd en bevestigde onder de voorwaarde dat zij over het tijdstip zou worden gebeld; dat telefoontje bleef uit en het gehoor vond plaats zonder piketadvocaat, waardoor het verdedigingsbeginsel is geschonden; (2) de maatregel bevat alleen een algemeen tekstblok over non-refoulement, geen kenbare, op hem toegespitste beoordeling.

Overwegingen Rechtbank

  • Rechtsbijstand (r.o. 2): de voorkeursadvocaat stond niet meer ingeschreven in het register van de Raad voor Rechtsbijstand; de minister maakte een piketmelding aan; het gehoor begon twee uur later zonder piketadvocaat omdat een reactie uitbleef. Dat is een redelijke inspanning en in overeenstemming met par. A5/6.5 Vreemdelingencirculaire; eiser stemde bovendien in met een gehoor zonder advocaat.
  • Zware gronden (art. 5.1b lid 3 Vb): 3a (niet op voorgeschreven wijze binnengekomen/poging), 3b (enige tijd onttrokken aan toezicht), 3c (eerder besluit/aanzegging met vertrekplicht, daaraan geen gevolg gegeven). Lichte gronden (lid 4): 4a (andere verplichtingen hoofdstuk 4 Vb niet nagekomen), 4b (meerdere aanvragen verblijfsvergunning zonder verlening), 4c (geen vaste woon-/verblijfplaats), 4d (onvoldoende middelen). Eiser betwistte de gronden en toelichtingen niet; zij doorstaan de ambtshalve toetsing en dragen samen de maatregel (onttrekkingsrisico) (r.o. 3-4). Feitelijke onderbouwing per grond: niet besproken.
  • Non-refoulement (r.o. 5-6): ABRvS 25 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1647: de minister heeft het beginsel kenbaar betrokken, nu in de maatregel bij de beoordeling van het lichter middel expliciet aandacht was voor het refoulementrisico; de vraag speelde bovendien in eerdere procedures (vorige bewaring, asielprocedures). Motivering voldoende.
  • Ambtshalve toetsing (r.o. 7-8): HvJ-EU 8 november 2022, ECLI:EU:C:2022:858: de rechtbank toetst ambtshalve de rechtmatigheidsvoorwaarden; HvJ-EU 4 september 2025, Adrar, ECLI:EU:C:2025:647 (r.o. 8): zo nodig ambtshalve nagaan of non-refoulement en/of het belang van het kind en het gezinsleven (art. 5 onder a en b Terugkeerrichtlijn) zich tegen verwijdering verzetten; niet gebleken.

Conclusie en Gevolgen

Beroep ongegrond (r.o. 9); verzoek schadevergoeding afgewezen; geen proceskostenveroordeling (r.o. 10). Rechtsmiddel: hoger beroep bij de ABRvS binnen één week na bekendmaking.

Noten

ECLI:NL:RVS:2026:1647; ECLI:EU:C:2022:858; ECLI:EU:C:2025:647; Vw 2000; Vb 2000

Trending

Ontdek meer van Jurisprudentie vreemdelingenbewaring

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder