ABRvS | n.v.t. (hoger beroep tegen Rb. Den Haag, zp ‘s-Hertogenbosch, 9-3-2026, NL26.9780) | 04-05-2026 | ECLI:NL:RVS:2026:2493 | BRS.26.001231 | Vreemdelingenbewaring (opvolgende maatregel; grondslag niet vermeld in de uitspraak) | Hoger beroep vreemdeling ongegrond, uitspraak bevestigd
Feiten en procesverloop
De minister stelde appellant op 13 februari 2026 in bewaring. Dat was een opvolgende maatregel op een andere grondslag dan de eerdere maatregel (r.o. 1). De rechtbank verklaarde het beroep op 9 maart 2026 ongegrond en wees schadevergoeding af. Appellant vroeg in zijn eerste grief of, en zo ja hoe, onvoldoende voortvarendheid tijdens de eerdere maatregel moet worden meegewogen bij de opvolgende maatregel. Welke grondslagen het precies waren en de nationaliteit van appellant zijn niet vermeld in de uitspraak.
Overwegingen Afdeling
- Geen doorwerking (r.o. 1). Uit Bouskoura volgt, zoals de Afdeling eerder overwoog in RVS 2025:5943, r.o. 5.2, dat de onrechtmatigheid van een eerdere maatregel in beginsel geen afbreuk doet aan de rechtmatigheid van een opvolgende maatregel op een andere autonome grondslag. De rechter hoeft de vreemdeling niet onmiddellijk vrij te laten op de enkele grond dat een eerdere maatregel onrechtmatig was.
- Ook niet bij gebrek aan voortvarendheid (r.o. 1). Bouskoura en het Unierecht bieden geen aanknopingspunt voor een ander oordeel als de onrechtmatigheid voortvloeit uit een gebrek aan voortvarendheid.
- Geen prejudiciële vragen (r.o. 1.1). Cilfit, punten 13 en 14; Consorzio Italian Management, punt 36; Remling, punt 36.
- Overige grieven (r.o. 1.2). Afgedaan met artikel 91, tweede lid, Vw 2000.
Conclusie en gevolgen
- Uitspraak: hoger beroep ongegrond, uitspraak van de rechtbank bevestigd (r.o. 2).
- Schadevergoeding: niet aan de orde.
- Proceskosten: de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
- Rechtsmiddel: geen. Uitspraak met toepassing van art. 8:54, eerste lid, Awb.
Betekenis
Ook een voortvarendheidsgebrek tijdens de eerste maatregel maakt een opvolgende maatregel op een andere autonome grondslag niet automatisch onrechtmatig. De Afdeling zegt “in beginsel”; wanneer de onrechtmatigheid wel doorwerkt, werkt zij hier niet uit.
Noten
- ECLI:NL:RVS:2026:2493: deze uitspraak
- ECLI:NL:RVS:2025:5943: geen doorwerking van onrechtmatigheid eerdere maatregel naar opvolgende maatregel op autonome grondslag (r.o. 5.2)
- HvJ 4 oktober 2024, Bouskoura, ECLI:EU:C:2024:868
- HvJ 6 oktober 1982, Cilfit, ECLI:EU:C:1982:335, punten 13 en 14
- HvJ 6 oktober 2021, Consorzio Italian Management, ECLI:EU:C:2021:799, punt 36
- HvJ 24 maart 2026, Remling, ECLI:EU:C:2026:243, punten 24, 31 en 36
- Art. 91 Vw 2000





