ABRvS | n.v.t. (hoger beroep tegen Rb. Den Haag, zp Rotterdam, 24-2-2026, NL26.6845) | 08-05-2026 | ECLI:NL:RVS:2026:2636 | BRS.26.001019 | Vreemdelingenbewaring (art. 59b Vw; onderdeel c niet gehandhaafd) | Hoger beroep vreemdeling gegrond, beroep alsnog ongegrond

Feiten en procesverloop

De minister stelde appellant op 4 februari 2026 in bewaring. Ter zitting bij de rechtbank liet de minister weten dat hij artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder c, Vw 2000 niet langer handhaafde als grondslag (r.o. 2.1). De rechtbank verklaarde het beroep op 24 februari 2026 toch gegrond omdat de maatregel niet op die grond kon worden gebaseerd, liet de rechtsgevolgen in stand en wees schadevergoeding af. De vreemdeling stelde hoger beroep in. De nationaliteit is niet vermeld in de uitspraak.

Overwegingen Afdeling

  • Grieven vreemdeling (r.o. 1). Het hoger beroep leidt op zichzelf niet tot vernietiging; afgedaan met artikel 91, tweede lid, Vw 2000.
  • Ambtshalve: buiten de omvang van het geding (r.o. 2-2.1). De bestuursrechter beslist op de grondslag van het beroepschrift, de stukken, het vooronderzoek en de zitting (art. 8:69, eerste lid, Awb). Na de mededeling ter zitting moet ervan worden uitgegaan dat onderdeel c niet aan de maatregel ten grondslag lag. Door daarover toch te oordelen, trad de rechtbank buiten de omvang van het geschil.

Conclusie en gevolgen

  • Uitspraak: hoger beroep gegrond, uitspraak van de rechtbank vernietigd. Omdat er geen onbesproken beroepsgronden zijn en de Afdeling ambtshalve geen reden ziet de bewaring onrechtmatig te achten, is het beroep alsnog ongegrond (r.o. 3).
  • Schadevergoeding: verzoek afgewezen.
  • Proceskosten: de minister vergoedt EUR 934 voor het hoger beroep.
  • Rechtsmiddel: geen. Uitspraak met toepassing van art. 8:54, eerste lid, Awb.

Betekenis

Het hoger beroep van de vreemdeling is formeel gegrond, maar hij houdt er alleen de proceskostenvergoeding in hoger beroep aan over: het gegronde beroep bij de rechtbank verdwijnt. Voor de praktijk: een grond die de minister ter zitting intrekt, is uit het geding. De rechtbank kan de maatregel daar niet meer op afrekenen.

Noten

Trending

Ontdek meer van Jurisprudentie vreemdelingenbewaring

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder