Rb. Den Haag | Amsterdam | 26-05-2026 | ECLI:NL:RBDHA:2026:14136 | NL26.26249 | Grensdetentie (art. 6 lid 1 en 2 Vw) | Beroep maatregel gegrond; beroep toegangsweigering ongegrond

Feiten en procesverloop

Eiser stelt de Pakistaanse nationaliteit te hebben en in 1996 geboren te zijn. Hij heeft een Brits vluchtelingenpaspoort, geldig tot 12 oktober 2028 (r.o. 1). Op 8 mei 2026 werd hem op Eindhoven Airport de toegang geweigerd (art. 14 met art. 6 Schengengrenscode), omdat hij zonder visum wilde doorreizen naar België. Dat is niet in geschil (r.o. 2). Dezelfde dag kreeg hij een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, eerste en tweede lid, Vw en werd hij in het Justitieel Complex Schiphol geplaatst. De maatregel is inmiddels opgeheven; alleen schadevergoeding is nog aan de orde (r.o. 4). Zitting 19 mei 2026. Eiser stelt dat hij direct zei dan niet naar België te gaan, een retourticket had en visumvrij naar Nederland mocht (r.o. 5).

Overwegingen rechtbank

  • Kader (r.o. 5.1-5.2). Detentie is ultimum remedium. Of een lichter middel had moeten worden toegepast, vereist een grondig onderzoek naar de feiten van het geval en een specifieke motivering (RVS 2015:674; RVS 2015:1309; HvJ Mahdi).
  • Motivering in de maatregel (r.o. 5.3). Volgens de maatregel is er op Eindhoven Airport geen locatie in de zin van artikel 6 lid 1, kan de loungebeschikking daardoor niet worden uitgevoerd, sluit de luchthaven ’s nachts en kon eiser pas op 11 mei terugvliegen naar Manchester. De minister zag “geen andere mogelijkheid”, en toelating was “geen optie”.
  • Onvoldoende onderzocht (r.o. 5.4). Uit de motivering blijkt niet dat is onderzocht of dezelfde of de volgende dag een retourvlucht kon worden geboekt, desnoods naar een andere Britse luchthaven, bijvoorbeeld vanaf Schiphol, waar eiser naartoe was gebracht. Dan had een vrijheidsbeperkende maatregel voor één nacht in de lounge gekund. Ook uitgaande van 11 mei schiet de motivering tekort: “geen andere mogelijkheid” en “geen optie” laten niet zien dat een lichter middel is overwogen. Dat eiser dan feitelijk toegang zou krijgen, sluit die mogelijkheid niet uit. Eiser was niet eerder met de autoriteiten in aanraking gekomen, had een goede baan in het VK en genoeg geld voor een extra vlucht, en er waren geen aanwijzingen voor onttrekking.
  • Oordeel (r.o. 5.5-6). Onvoldoende zorgvuldig voorbereid en onvoldoende kenbaar gemotiveerd. Onrechtmatig vanaf de oplegging.

Conclusie en gevolgen

  • Uitspraak: beroep tegen de toegangsweigering ongegrond; beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel gegrond.
  • Schadevergoeding: EUR 480 (4 dagen x EUR 120 detentiecentrum) (r.o. 7).
  • Proceskosten: EUR 1.868 (2 punten x EUR 934, wegingsfactor 1) (r.o. 8).
  • Rechtsmiddel: hoger beroep bij de Afdeling binnen één week (maatregel) en binnen vier weken (toegangsweigering).

Noten

Trending

Ontdek meer van Jurisprudentie vreemdelingenbewaring

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder