Rb. Den Haag | Groningen | 10-06-2026 | ECLI:NL:RBDHA:2026:15603 | NL26.29731 | Vreemdelingenbewaring (art. 59 lid 1 aanhef en onder a Vw) | Beroep ongegrond

Feiten en overwegingen

Eiser heeft de Algerijnse nationaliteit. De minister legde op 30 april 2026 de maatregel op. Eiser zat eerder van 14 mei tot 4 november 2019 en van 9 februari tot 3 maart 2026 in bewaring en stelt dat daarom een verlengingsbesluit nodig was (r.o. 5).

  • Besluit zonder land van terugkeer is geen terugkeerbesluit (r.o. 6.2-6.3). Volgens FMS moet een terugkeerbesluit het land van terugkeer vermelden; bij een meeromvattende beschikking mag dat uit de motivering blijken als dat ondubbelzinnig is (RVS 2021:1155). Het besluit van 2 oktober 2018 noemt wel de Algerijnse nationaliteit, maar geen land van terugkeer, en dat is ook niet ondubbelzinnig af te leiden.
  • Aanvulling is een nieuw terugkeerbesluit (r.o. 6.4). De minister herstelde dat met een aanvullend terugkeerbesluit van 9 februari 2026. Ook het alsnog vermelden van een land van terugkeer is een essentiële wijziging; het aanvullende besluit is dus een nieuw terugkeerbesluit.
  • Telling (r.o. 6.5). De bewaring in 2019 diende het besluit van 2018 en telt niet mee. Alleen 9 februari tot 4 maart 2026 en de huidige bewaring tellen; de 180 dagen zijn niet bereikt.
  • Overige punten (r.o. 7-11). Juiste grondslag; lichte grond 4e ter zitting vervallen; de onbetwiste gronden dragen de maatregel. Medische omstandigheden zijn betrokken. Voortvarend: LP-aanvraag sinds 16 februari 2026, aangevuld op 26 mei 2026 met kopieën van rijbewijs, identiteitskaart en geboorteakte; rappels 15 mei en 4 juni 2026; vertrekgesprekken 6 en 20 mei 2026. Zicht op uitzetting naar Algerije.
  • Uitkomst (r.o. 12-13). De refoulementbeoordeling stond in het onderdeel over het lichter middel (verklaring over een gevangenisstraf van twintig jaar in Algerije; Algerije veilig land van terugkeer); dat de maatregel niet expliciet naar non-refoulement verwijst, doet daar niet aan af. Beroep ongegrond, schadevergoeding afgewezen, geen proceskosten. Hoger beroep binnen één week.

Betekenis

Groningen trekt de lijn van Arnhem (RBDHA 2026:10525) en Zwolle (RBDHA 2026:8418) door naar het alsnog vermelden van een land van terugkeer. Een besluit zonder land van terugkeer is volgens FMS (punten 115-123) en RVS 2021:1155 geen terugkeerbesluit, tenzij het land ondubbelzinnig uit de motivering van een meeromvattende beschikking volgt. Het alsnog vermelden van een land is een essentiële wijziging: het aanvullende besluit is een nieuw terugkeerbesluit, zodat de bewaring in 2019 niet meetelt voor de Aroja-teller. In Arnhem ging het om het toevoegen van landen aan een besluit dat al een land noemde, in Groningen om een besluit dat geen land noemde.

Noten

Trending

Ontdek meer van Jurisprudentie vreemdelingenbewaring

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder