Rb. Den Haag | Rotterdam | 27-05-2026 | ECLI:NL:RBDHA:2026:18053 | NL26.26268 | Vreemdelingenbewaring (art. 59b lid 1 aanhef en onder b en lid 3 Vw), vervolgberoep na opheffing | Beroep gegrond

Feiten en procesverloop

De nationaliteit van eiseres is niet vermeld in de uitspraak. Zij zat sinds 1 februari 2026 in bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a. Na haar asielaanvraag van 3 februari 2026 zette de minister de grondslag op 4 februari 2026 om naar artikel 59b, eerste lid, onder b (en aanvankelijk ook onder c).

Onderdeel c trok de minister op de zitting van 18 februari 2026 in. Bij beschikking van 20 februari 2026 wees de minister de asielaanvraag af als kennelijk ongegrond en verlengde hij de bewaring met ten hoogste drie maanden op grond van artikel 59b, derde lid, met verwijzing naar onderdeel c (r.o. 2.1). Eerder toetste de rechtbank de maatregel op 2 april 2026 (NL26.15558): rechtmatig tot de sluiting van het onderzoek op 26 maart 2026 (r.o. 3). Op 20 mei 2026, de dag van de zitting, hief de minister de bewaring op. Onderzoek gesloten 26 mei 2026.

Overwegingen rechtbank

  • Alleen onderdeel b (r.o. 2.2). Door de intrekking ter zitting moet ervan worden uitgegaan dat onderdeel c nooit aan de maatregel ten grondslag lag. De bewaring rustte dus alleen op onderdeel b.
  • Onderdeel b geldt tot de beslissing op de aanvraag (r.o. 2.2). Volgens RVS 2019:1710 en RVS 2021:230 is artikel 8, derde lid, onder b, Opvangrichtlijn (“om gegevens te verkrijgen die ten grondslag liggen aan het verzoek”) alleen bedoeld voor de duur van de behandeling, tot de beslissing daarop. De Nederlandse omzetting (“gegevens die noodzakelijk zijn voor beoordeling van een aanvraag”) maakt nog duidelijker dat de grondslag niet geschikt is voor vrijheidsontneming na afwijzing.
  • Geen verlenging mogelijk (r.o. 2.3). Vanaf de afwijzing kon onderdeel b de maatregel niet meer dragen. De bewaring kon dus niet op grond van artikel 59b, derde lid, worden verlengd.
  • Te beoordelen periode (r.o. 3-4). De eerdere uitspraak heeft formele rechtskracht tot 26 maart 2026; die kan hier niet worden doorbroken. Beoordeeld wordt alleen de periode daarna.

Conclusie en gevolgen

  • Uitspraak: beroep gegrond; maatregel onrechtmatig met ingang van 27 maart 2026; overige gronden onbesproken (r.o. 5).
  • Schadevergoeding: EUR 6.600 (55 dagen x EUR 120 detentiecentrum) (r.o. 6).
  • Proceskosten: EUR 1.868 (2 punten x EUR 934, wegingsfactor 1) (r.o. 7).
  • Rechtsmiddel: volgens de uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Noten

Trending

Ontdek meer van Jurisprudentie vreemdelingenbewaring

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder